Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2004:AO9407

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-04-2004
Datum publicatie
13-05-2004
Zaaknummer
200308085/2 en 200308087/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkheid verklaring wegens termijnoverschrijding vervallen .

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 6:9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2004, 226 met annotatie van I. Sewandono
JV 2004/260
JB 2004/241 met annotatie van R.J.N. S.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Raad

van State

200308085/2 en 200308087/2.

Datum uitspraak: 29 april 2004

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het kader van het hoger beroep van:

A en B

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Groningen, van 31 oktober 2003 in het geding tussen:

appellanten

en

de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie.

1. Procesverloop

Bij besluit van 5 juni 2002 heeft de Staatssecretaris van Justitie een aanvraag van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.

Bij uitspraak van 31 oktober 2003, verzonden op 4 november 2003, heeft de rechtbank ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats Groningen, het daartegen door appellanten ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij faxbericht, bij de Raad van State binnengekomen op 2 december 2003, hoger beroep ingesteld.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Bij uitspraak van 3 maart 2004 in zaak nrs. 200308085/1 en 20308087/1 heeft de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

2. Overwegingen

2.1. Ambtshalve wordt het volgende overwogen.

2.2. Van het op 2 december 2003 per fax binnengekomen hoger-beroepschrift is op 3 december 2003, derhalve daags na afloop van de termijn voor het instellen van hoger beroep, het origineel door de Raad van State ontvangen. De enveloppe waarin dit is verzonden, is gefrankeerd met de frankeermachine van het kantoor van de gemachtigde van appellanten; op de enveloppe is geen door TPG Post aangebracht poststempel aangetroffen.

2.3. Dat op de enveloppe met de frankeermachine een stempel is aangebracht met de datum 2 december 2003 is als zodanig onvoldoende voor het oordeel dat het hoger-beroepschrift voor afloop van de termijn ter bezorging aan TPG Post is aangeboden, als bedoeld in artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. In dit geval is op de enveloppe echter door TPG Post ten behoeve van de postsortering een KlantIndeX (KIX) aangebracht, bestaande uit een geprinte oranje barcode. Hoewel ook daaruit op zichzelf niet kan worden afgeleid, wanneer de ter postbezorging heeft plaatsgevonden, moet het er, nu het hoger-beroepschrift daags na afloop van de termijn bij de Raad van State is binnengekomen, voor worden gehouden dat dit uiterlijk op de laatste dag van de termijn is geweest. Gelet hierop, bestaat aanleiding de uitspraak van 3 maart 2004 vervallen te verklaren.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart de uitspraak van 3 maart 2004 in zaak nrs. 200308085/1 en 200308087/1 vervallen.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Van Loon

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2004

284.

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van State,

voor deze,