Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2004:AO8452

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-04-2004
Datum publicatie
27-04-2004
Zaaknummer
200401847/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Bernheze van 13 januari 2004;

II. veroordeelt de gemeente Bernheze in de door verzoekers in verband met de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 322,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Bernheze te worden betaald aan verzoekers;

III. gelast dat de gemeente Bernheze aan verzoekers het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 116,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. E.M.H. Hirsch Ballin, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Heijerman, ambtenaar van Staat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200401847/2.

Datum uitspraak: 20 april 2004

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Bernheze,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 13 januari 2004 heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [vergunninghouder] een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een zweefvliegveld op het perceel plaatselijk bekend [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente Nistelrode, sectie […], nummers […]. Dit besluit is op 23 januari 2004 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 11 februari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 2 maart 2004, beroep ingesteld.

Bij brief van 11 februari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 2 maart 2004, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 6 april 2004, waar verzoekers van wie [gemachtigde] in persoon, bijgestaan door M. Koenen, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door L.F.M. van den Bogaard en A.A.M. van den Tillaart, ambtenaren van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is vergunninghouder daar gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Verzoekers voeren onder meer aan dat de vergunning had moeten worden geweigerd, nu niet aan voorschrift 6.1.5 kan worden voldaan.

2.3. Ingevolge het aan de vergunning verbonden voorschrift 6.1.1 mag het equivalente geluidniveau (LAeq) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties en door de in de inrichting verrichte werkzaamheden of activiteiten in de representatieve bedrijfssituatie op de in hoofdstuk 6 beschreven plaatsen niet meer bedragen dan 45 dB(A) in de dagperiode, 40 dB(A) in de avondperiode en 35 dB(A) in de nachtperiode.

Ingevolge het aan de vergunning verbonden voorschrift 6.1.5 gelden op zondagen en algemeen erkende feestdagen in de dagperiode de niveaus van de avondperiode.

2.3.1. Uit het ten behoeve van de aanvraag door Search opgestelde akoestisch rapport van 3 maart 2003, projectnummer 223212.0, aangevuld bij brief van 25 juni 2003, kenmerk 15441/223212.0, en bij brief van 10 november 2003, kenmerk 16735/223212.0, welk rapport deel uitmaakt van het bestreden besluit, blijkt dat de geluidbelasting op ontvangerpunt 3, aan de Noordwest bosrand, 43 dB(A) in de dagperiode bedraagt. Uit dit rapport blijkt voorts dat de onderhavige inrichting op zondag van 08.00 tot 22.00 uur in bedrijf is.

Uit het bovenstaande volgt dat niet aan voorschrift 6.1.5 in samenhang met voorschrift 6.1.1 kan worden voldaan. Gelet hierop ziet de Voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.4. Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Bernheze van 13 januari 2004;

II. veroordeelt de gemeente Bernheze in de door verzoekers in verband met de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 322,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Bernheze te worden betaald aan verzoekers;

III. gelast dat de gemeente Bernheze aan verzoekers het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 116,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. E.M.H. Hirsch Ballin, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Heijerman, ambtenaar van Staat.

w.g. Hirsch Ballin w.g. Heijerman

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 april 2004

255-446.