Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2004:AO7974

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-04-2004
Datum publicatie
21-04-2004
Zaaknummer
200401489/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 3 juni 2003 heeft de gemeenteraad van Beuningen, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 29 april 2003, het bestemmingsplan “Beuningse Plas, De Waterplas” vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200401489/2.

Datum uitspraak: 13 april 2004

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 3 juni 2003 heeft de gemeenteraad van Beuningen, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 29 april 2003, het bestemmingsplan “Beuningse Plas, De Waterplas” vastgesteld.

Bij besluit van 16 december 2003, nr. RE2003.56364 heeft verweerder beslist over de goedkeuring van dit plan.

Tegen dit besluit heeft onder meer verzoeker bij brief van 23 februari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 23 februari 2004, beroep ingesteld.

Bij brief van 23 februari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 23 februari 2004, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 1 april 2004, waar verzoeker, in persoon en vertegenwoordigd door mr. C. Lubben, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door drs. C.J.P.M. Teuwen en H. Wassink, ambtenaren van de provincie zijn verschenen.

Voorts is de gemeenteraad van Beuningen, vertegenwoordigd door drs. G.P.B. Woutersen, ambtenaar van de gemeente, daar gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Met het plan wordt onder meer beoogd de aanleg van een waterplas en de bouw van 36 woningen mogelijk te maken.

2.3. Verzoeker exploiteert een agrarisch bedrijf in het plangebied. Hij stelt onder meer dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plan voorzover dat een belemmering vormt voor de verdere exploitatie van zijn agrarisch bedrijf. Met het verzoek om voorlopige voorziening beoogt hij onomkeerbare situaties te voorkomen.

2.4. Verzoeker is eigenaar van de gronden in het plangebied waarop hij zijn agrarisch bedrijf uitoefent. Uitvoering van deze plandelen is eerst mogelijk, nu verzoeker zich daartegen verzet, nadat de gemeente de eigendom van die gronden zal hebben verworven. Onteigening daarvan zal eerst mogelijk zijn, nadat de goedkeuring van het plan onherroepelijk zal zijn geworden.

Onder deze omstandigheden is de Voorzitter van oordeel dat geen onverwijlde spoed aanwezig is als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, zodat geen aanleiding bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.5. Gelet op het voorgaande wijst de Voorzitter het verzoek af.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door dr. D. Dolman, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, ambtenaar van Staat.

w.g. Dolman w.g. Verbeek

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 april 2004

388.