Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2004:AO7491

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-04-2004
Datum publicatie
14-04-2004
Zaaknummer
200307976/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 6 juli 2001, kenmerk 936097/200, heeft verweerder krachtens de Wet bodembescherming vastgesteld dat inzake de locatie [locatie], Centrum-West, tevens bekend als Vogelbuurt/Burgemeesterwijk te Maassluis, codenummer ZH 327/0097/200, sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging waarvan de sanering niet urgent is zolang er geen herinrichting of anderszins gebruikswijziging plaatsvindt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200307976/1.

Datum uitspraak: 14 april 2004

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 juli 2001, kenmerk 936097/200, heeft verweerder krachtens de Wet bodembescherming vastgesteld dat inzake de locatie [locatie], Centrum-West, tevens bekend als Vogelbuurt/Burgemeesterwijk te Maassluis, codenummer ZH 327/0097/200, sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging waarvan de sanering niet urgent is zolang er geen herinrichting of anderszins gebruikswijziging plaatsvindt.

Bij besluit van 22 mei 2002, verzonden op 27 mei 2002, heeft verweerder het hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 9 juli 2003, kenmerk 200203547/1, heeft de Afdeling dit besluit vernietigd.

Bij brief van 28 november 2003, bij de Raad van State ingekomen op 1 december 2003, heeft appellante beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit op het door haar tegen het besluit van 6 juli 2001 ingediende bezwaarschrift. De gronden zijn aangevuld bij brief van 8 december 2003.

Bij brief van 20 januari 2004 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van appellante. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 april 2004, waar appellante in persoon en verweerder, vertegenwoordigd door mr. ir. H. Vermeulen en ir. E.P.H. Jager, gemachtigden, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De Afdeling is van oordeel dat uit het systeem van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) volgt dat in dit geval aan de hand van artikel 7:10 van de Awb moet worden geoordeeld binnen welke termijn verweerder een beslissing moet nemen.

In artikel 7:10, eerste lid, van de Awb is bepaald dat het bestuursorgaan op het bezwaarschrift beslist binnen zes weken of - indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 is ingesteld - binnen tien weken na ontvangst van het bezwaarschrift.

2.2. Voor de berekening van de beslistermijn dient in dit geval te worden uitgegaan van de datum van verzending van de bovengenoemde uitspraak van de Afdeling, te weten 9 juli 2003.

Niet is gebleken dat verweerder een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb heeft ingesteld, zodat hij - nu voorts niet is gebleken dat toepassing is gegeven aan het bepaalde in artikel 7:10, tweede, derde of vierde lid van de Awb - op grond van artikel 7:10, eerste lid, van de Awb gehouden was binnen zes weken na 9 juli 2003 een besluit te nemen. Nu hij binnen deze termijn niet op de bezwaarschriften heeft beslist, heeft hij niet tijdig een besluit genomen. Daaraan doet niet af dat het volgens verweerder niet mogelijk was om binnen zes weken een besluit te nemen.

2.3. Het beroep is gegrond. Het ingevolge artikel 6:2 van de Awb voor de toepassing van wettelijke voorschriften over beroep met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit dient te worden vernietigd. Verweerder dient een besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

De Afdeling overweegt dat verweerder zo snel mogelijk een besluit dient te nemen op de bezwaarschriften. Verweerder heeft ter zitting verklaard een aantal offertes te hebben aangevraagd voor het uitvoeren van een nader onderzoek naar de bodemkwaliteit, en te verwachten de opdracht daartoe over ongeveer een maand te kunnen geven. Met de uitvoering van het onderzoek zijn naar verwachting van verweerder ongeveer dertien weken gemoeid. Verweerder heeft gesteld dat het mogelijk is om voor 1 oktober 2004 een besluit op de bezwaarschriften te nemen.

Gelet op het vorenstaande ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vijfde lid, van de Awb de navolgende termijn te stellen voor het alsnog nemen van een besluit.

2.4. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;

III. draagt het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland op om uiterlijk op 1 oktober 2004 alsnog een besluit te nemen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken;

IV. gelast dat de provincie Zuid-Holland aan appellante het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht (€ 116,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, ambtenaar van Staat.

w.g. Brink w.g. Van Heusden

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 april 2004

163-442.