Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2004:AO6151

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-03-2004
Datum publicatie
23-03-2004
Zaaknummer
200308585/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

1. Procesverloop

Bij besluit van 27 maart 2003 heeft de gemeenteraad van Woensdrecht het bestemmingsplan “De Hoef” vastgesteld.

Bij besluit van 4 november 2003, nr. 907020/950177, heeft verweerder over de goedkeuring van dit plan beslist.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 17 december 2003, bij de Raad van State ingekomen op 18 december 2003, beroep ingesteld.

Bij brief van 17 december 2003, bij de Raad van State ingekomen op 18 december 2003, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 5 maart 2004, waar verzoeker in persoon en bijgestaan door mr. B. Vermeirssen, advocaat te Tholen, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. A.J.A.M. van der Laar, ambtenaar bij de provincie Noord-Brabant, zijn verschenen.

Voorts is daar namens de gemeenteraad mr. P.J.A. Engelvaart, ambtenaar bij de gemeente Woensdrecht, gehoord.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200308585/2.

Datum uitspraak: 15 maart 2004

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 27 maart 2003 heeft de gemeenteraad van Woensdrecht het bestemmingsplan “De Hoef” vastgesteld.

Bij besluit van 4 november 2003, nr. 907020/950177, heeft verweerder over de goedkeuring van dit plan beslist.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 17 december 2003, bij de Raad van State ingekomen op 18 december 2003, beroep ingesteld.

Bij brief van 17 december 2003, bij de Raad van State ingekomen op 18 december 2003, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 5 maart 2004, waar verzoeker in persoon en bijgestaan door mr. B. Vermeirssen, advocaat te Tholen, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. A.J.A.M. van der Laar, ambtenaar bij de provincie Noord-Brabant, zijn verschenen.

Voorts is daar namens de gemeenteraad mr. P.J.A. Engelvaart, ambtenaar bij de gemeente Woensdrecht, gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan maakt de bouw mogelijk van 390 woningen op gronden ten westen en ten oosten van de Nijverheidsstraat in de kern Hoogerheide.

2.3. Verzoeker woont ten oosten van de Nijverheidsstraat. Hij stelt dat de uitvoering van het plan zijn woon- en leefklimaat ernstig zal aantasten omdat zijn perceel daardoor aan drie zijden omringd zal worden door woningen. Hij betoogt dat de woningbehoefte binnen de gemeente niet van dien aard is dat ook bebouwing van de gronden aan de oostzijde van de Nijverheidsstraat noodzakelijk is.

2.4. Uit de stukken kan worden afgeleid dat het plan op de gronden ten oosten van de Nijverheidsstraat de bouw van ongeveer 20 vrijstaande woningen mogelijk maakt. De Voorzitter is van oordeel dat, daargelaten de totale woningbehoefte binnen de gemeente gedurende de planperiode, op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting in voldoende mate vast staat dat met de bouw van de woningen ten oosten van de Nijverheidsstraat in een behoefte wordt voorzien.

Het perceel van verzoeker is onderdeel van een nagenoeg onbebouwd gebiedje dat wordt begrensd door de Nijverheidsstraat en bestaande woningen van de kern Hoogerheide. Als gevolg van de uitvoering van het plan zal de relatief vrij gelegen woning van verzoeker voortaan deel uit maken van een woonwijk. De kortste afstand tussen de woning van verzoeker en de woningen waarin het plan voorziet bedraagt blijkens de plankaart ongeveer 20 meter. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat deze afstand in een woonwijk niet ongebruikelijk is. Hij heeft daarbij tevens in aanmerking genomen dat het streekplanbeleid uitgaat van zuinig ruimtegebruik en geconcentreerde verstedelijking. Het standpunt van verweerder komt de Voorzitter niet onredelijk voor. Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is niet gebleken dat verweerder ten aanzien van verzoeker niet van dit standpunt kon uitgaan. Hij heeft zich naar het oordeel van de Voorzitter derhalve in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan geen onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van verzoeker met zich zal brengen.

2.5. Gelet op het voorgaande dient het verzoek te worden afgewezen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door dr. D. Dolman, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W.H. Tulmans, ambtenaar van Staat.

w.g. Dolman w.g. Tulmans

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2004

381