Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2004:AO5809

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-03-2004
Datum publicatie
17-03-2004
Zaaknummer
200401525/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 juni 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch (hierna: het college) verzoekster “Autobedrijf V.G. Auto’s B.V.” onder oplegging van een dwangsom gelast de (zelfstandige) detailhandel in auto’s op het perceel Striensestraat 65 te Rosmalen (hierna: het perceel) vóór 1 september 2003 te beëindigen en beëindigd te houden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200401525/2.

Datum uitspraak: 11 maart 2004

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Autobedrijf V.G. Auto's B.V.", [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3], gevestigd onderscheidenlijk wonend te [plaats],

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 22 januari 2004 in het geding tussen:

verzoekers

en

het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch.

1. Procesverloop

Bij besluit van 25 juni 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch (hierna: het college) verzoekster “Autobedrijf V.G. Auto’s B.V.” onder oplegging van een dwangsom gelast de (zelfstandige) detailhandel in auto’s op het perceel Striensestraat 65 te Rosmalen (hierna: het perceel) vóór 1 september 2003 te beëindigen en beëindigd te houden.

Bij besluit van 4 november 2003, verzonden op 7 november 2003 en 6 januari 2004, heeft het college het daartegen door verzoekers gemaakte bezwaar onder wijziging van de begunstigingstermijn ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 22 januari 2004, verzonden op 6 februari 2004, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de voorzieningenrechter) de daartegen door verzoekers ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief van 19 februari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 20 februari 2004, hoger beroep ingesteld.

Tevens hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 4 maart 2004, waar [verzoeker sub 3] in persoon, bijgestaan door drs. H.E. Winkelman, gemachtigde, en de andere verzoekers vertegenwoordigd door deze, alsmede het college, vertegenwoordigd door mr. I. de Leeuw, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De last heeft betrekking op de detailhandel in auto’s vanaf het erf en vanuit een toonzaal op het perceel. Ingevolge het bestemmingsplan “Dorpsrand-Noord, 3e herziening” rust op een deel van dit erf de bestemming “Gemengde bebouwing” en op een ander deel de bestemming “Wonen”. Op het deel van het perceel waar zich de toonzaal bevindt rust eveneens de bestemming “Wonen”.

2.2. Gelet op de artikelen 1, 3 en 4 van de planvoorschriften, in onderlinge samenhang en verband bezien, ziet de Voorzitter voorshands onvoldoende grond voor het oordeel dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft overwogen dat het gewraakte gebruik in strijd is met het bestemmingsplan. Daarbij wordt opgemerkt dat, ook indien verzoekers zouden worden gevolgd in hun betoog dat detailhandel in de toonzaal is toegestaan, deze nochtans zou moeten worden beperkt tot een oppervlakte van 50 m². Ter zitting is echter gebleken dat de toonzaal aanzienlijk groter is.

2.3. Naar voorlopig oordeel heeft voorts het college verzoekster “Autobedrijf V.G. Auto’s B.V.” in zowel het primaire besluit van 25 juni 2003 als de beslissing op bezwaar van 4 november 2003 terecht als overtreder, als bedoeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, aangemerkt en de last derhalve terecht tot haar gericht.

2.4. Gezien het vorenstaande, bestaat onvoldoende aanleiding om op voorhand aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat zal blijken dat de last niet mocht worden opgelegd. Gelet hierop en op de betrokken belangen, dient het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening te worden afgewezen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.D. Boer, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Boer

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2004

201.