Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2004:AO5801

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-03-2004
Datum publicatie
17-03-2004
Zaaknummer
200401081/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 17 november 2003 heeft verweerder krachtens artikel 8.19, tweede lid, van de Wet milieubeheer een melding geaccepteerd van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid “Beton- en Steenindustrie de Aam B.V.” te Elst van 25 september 2003, waarbij verweerder in kennis is gesteld van de voorgenomen verandering van haar inrichting aan de Bemmelseweg 46a, kadastraal bekend gemeente Elst, sectie N, nummer 496, te Elst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200401081/1.

Datum uitspraak: 9 maart 2004

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 17 november 2003 heeft verweerder krachtens artikel 8.19, tweede lid, van de Wet milieubeheer een melding geaccepteerd van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid “Beton- en Steenindustrie de Aam B.V.” te Elst van 25 september 2003, waarbij verweerder in kennis is gesteld van de voorgenomen verandering van haar inrichting aan de Bemmelseweg 46a, kadastraal bekend gemeente Elst, sectie N, nummer 496, te Elst.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt.

Bij brief van 3 februari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 4 februari 2004, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 maart 2004, waar verzoeker in persoon, en vertegenwoordigd door mr. A.J.M. Jordense, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door T. Polman, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

Buiten bezwaren van partijen zijn nadere stukken in het geding gebracht.

2. Overwegingen

2.1. Bij besluit van 18 juli 2000 heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting bestemd voor de productie van betonproducten. De thans bestreden melding heeft betrekking op het vergroten van de productiehal. De extra ruimte in de productiehal zal worden gebruikt voor het opslaan van gereedgekomen goederen. De productiecapaciteit wordt niet gewijzigd.

2.2. Ter zitting heeft verzoeker desgevraagd gesteld dat zijn belang bij het treffen van een voorlopige voorziening ligt in de omstandigheid dat hij wil voorkomen - gelet op de recent verleende bouwvergunning - dat de productiehal wordt opgericht. Voorts betoogt hij dat de milieuvergunning op 6 maart 2004 van rechtswege vervalt.

2.2.1. De Voorzitter overweegt dat, gelet op artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. De Voorzitter is van oordeel dat in hetgeen door verzoeker is aangevoerd en ter zitting is opgemerkt geen aanleiding is gelegen om een voorlopige voorziening te treffen. De Voorzitter neemt hierbij in aanmerking dat hem voorshands niet is gebleken dat de verandering leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan die de inrichting ingevolge de vergunning en de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften mag veroorzaken. Voorzover verzoeker wil voorkomen dat de productiehal wordt gebouwd, overweegt de Voorzitter dat een op bezwaren tegen de bouwvergunning gebaseerd verzoek tot de voorzieningenrechter van de rechtbank moet worden gericht.

2.3. Gelet op het vorenstaande wijst de Voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E.M.H. Hirsch Ballin, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Driel, ambtenaar van Staat.

w.g. Hirsch Ballin w.g. Van Driel

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2004

414.