Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2004:AO5301

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-03-2004
Datum publicatie
10-03-2004
Zaaknummer
200400758/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 november 2003, kenmerk MW03.3554, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Sita Recycling Services Noord-Oost B.V." een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een milieupark voor particulieren en een stallingsruimte voor containers en (rijdend) materieel op het perceel Daltonstraat (ongenummerd) te Harderwijk, kadastraal bekend gemeente Harderwijk, sectie A, nummer 3822 (gedeeltelijk). Dit besluit is op 18 december 2003 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200400758/2.

Datum uitspraak: 4 maart 2004

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Sita Recycling Services Noord-Oost B.V.", gevestigd te Arnhem,

verzoekster,

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 november 2003, kenmerk MW03.3554, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Sita Recycling Services Noord-Oost B.V." een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een milieupark voor particulieren en een stallingsruimte voor containers en (rijdend) materieel op het perceel Daltonstraat (ongenummerd) te Harderwijk, kadastraal bekend gemeente Harderwijk, sectie A, nummer 3822 (gedeeltelijk). Dit besluit is op 18 december 2003 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 29 januari 2004, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum, beroep ingesteld.

Bij brief van 29 januari 2004, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 februari 2004, waar verzoekster, vertegenwoordigd door J.P. Schets, W. van der Meulen en P.R. Looijen, gemachtigden, en verweerder, vertegenwoordigd door ing. A.A. Sulter, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Verzoekster kan zich niet verenigen met de aan de vergunning verbonden voorschriften 8.17 tot en met 8.20, waaruit voortvloeit dat zij verplicht is een administratie en interne controle te voeren van de verschillende afvalstoffen en daarmee verband houdende producten en reststoffen overeenkomstig de randvoorwaarden die zijn vastgelegd in bijlage III van de vergunning.

2.3. Verweerder heeft bij het opstellen van bijlage III van de vergunning aangesloten bij het document “Richtlijnen en checklisten A&V-beleid en AO/IC” (Provincie Gelderland, mei 2003). Dit document is afgeleid van het rapport “De verwerking verantwoord” zoals genoemd in het Landelijk afvalbeheersplan 2002-2012 en bevat uniforme randvoorwaarden voor het inrichten van de administratieve organisatie en interne controle. Bij het toepassen van de randvoorwaarden wordt onderscheid gemaakt in complexe, matig complexe en eenvoudige bedrijven. Verweerder beschouwt de onderhavige inrichting blijkens de stukken als een eenvoudig bedrijf.

Ter zitting heeft verweerder toegegeven dat de eisen die onder C en D3 van bijlage III worden gesteld aan de administratie en interne controle voor de inrichting van verzoekster te verstrekkend zijn. De Voorzitter ziet hierin aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.4. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Gelderland van 28 november 2003, kenmerk MW03.3554, voorzover het voorschrift 8.17 betreft;

II. treft de voorlopige voorziening dat voorschrift 8.17 als volgt luidt:

"Vergunninghoudster is verplicht een administratie en interne controle te voeren van de verschillende afvalstoffen en daarmee verband houdende producten en reststoffen overeenkomstig de randvoorwaarden die zijn vastgelegd in bijlage III van deze vergunning, met uitzondering van de voorwaarden onder C en D3.";

III. gelast dat de provincie Gelderland aan verzoekster het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 232,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Heijerman, ambtenaar van Staat.

w.g. Boll w.g. Heijerman

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2004

255-441.