Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2004:AO4617

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-02-2004
Datum publicatie
01-03-2004
Zaaknummer
200400180/1 en 200400180/3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 mei 2003 heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat (hierna: de minister) vastgesteld dat appellant niet geschikt wordt geacht om motorrijtuigen te besturen en daarbij diens rijbewijs ongeldig verklaard voor alle categorieën.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200400180/1 en 200400180/3.

Datum uitspraak: 19 februari 2004

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda van 10 december 2003 in het geding tussen:

appellant

en

de Minister van Verkeer en Waterstaat.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 mei 2003 heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat (hierna: de minister) vastgesteld dat appellant niet geschikt wordt geacht om motorrijtuigen te besturen en daarbij diens rijbewijs ongeldig verklaard voor alle categorieën.

Bij besluit van 14 oktober 2003 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 10 december 2003, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 8 januari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 9 januari 2004, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht. Voorts heeft hij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 februari 2004, waar appellant in persoon, bijgestaan door mr. drs. M.L. Marcus-Daniëls, advocaat te Rijen, en de minister, vertegenwoordigd door mr. D. Borges Botelho en drs. W. van Os, ambtenaren van het ministerie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Appellant heeft betoogd dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat de in het rapport van psychiater Corthals neergelegde bevinding dat de Gamma-GT-waarde bij appellant 66 bedroeg bij een normaalwaarde van 4-50, onvoldoende is om de conclusie aan te mogen verbinden dat sprake is van alcoholmisbruik.

Dit betoog slaagt niet. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat de adviserend psychiater op een onzorgvuldige wijze tot bedoelde conclusie is gekomen, of dat de minister zich om andere redenen niet op diens rapport mocht baseren. De voorzieningenrechter heeft, mede gelet op het feit dat appellant binnen een tijdsspanne van ruim vier jaar tot twee maal toe is aangehouden met aanzienlijke alcoholgehalten in zijn bloed, terecht en op goede gronden geoordeeld dat voldoende aannemelijk is geworden dat de bij appellant gevonden verhoogde Gamma-GT-waarde is te wijten aan overmatig alcoholgebruik. Daarbij is voorts van belang dat appellant, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet om een tweede onderzoek heeft gevraagd.

2.2. Nader onderzoek kan redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en overigens bestaat evenmin beletsel om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. Gelet hierop bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening geen aanleiding, zodat het verzoek daartoe moet worden afgewezen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.Z.C. Koutstaal, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Koutstaal

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2004

383.