Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2004:AO4394

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-02-2004
Datum publicatie
26-02-2004
Zaaknummer
200305760/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 februari 2002 heeft de raad van de gemeente Bergen op Zoom (hierna: de raad) besloten in te stemmen met het voorstel en de daarbij behorende bijlage betreffende het aangepast ontwerp voor de reconstructie van de Rooseveltlaan te Bergen op Zoom.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200305760/1.

Datum uitspraak: 25 februari 2004

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], allen wonend te Bergen op Zoom,

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 24 juli 2003 in het geding tussen:

appellanten

en

het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 februari 2002 heeft de raad van de gemeente Bergen op Zoom (hierna: de raad) besloten in te stemmen met het voorstel en de daarbij behorende bijlage betreffende het aangepast ontwerp voor de reconstructie van de Rooseveltlaan te Bergen op Zoom.

Bij besluit van 19 juli 2002 heeft het college het door appellanten gemaakte bezwaar tegen de aanplant van zilveresdoorns en hagen aan de achterzijde van de woningen aan de [locatie] te Bergen op Zoom kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 24 juli 2003, verzonden op 28 juli 2003, heeft de rechtbank Breda (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 augustus 2003, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 31 oktober 2003 heeft het college van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 februari 2004, waar [twee van de appellanten] in persoon, bijgestaan door mr. H. Weinans, advocaat te Roosendaal zijn verschenen. Het college is niet ter zitting verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Appellanten hebben aangevoerd en ter zitting toegelicht dat de rechtbank ten onrechte ervan is uitgegaan dat hun bezwaar niet is bedoeld te zijn gericht tegen het raadsbesluit van 28 februari 2002, maar tegen de feitelijke uitvoering daarvan, in het bijzonder het planten van zilveresdoorns en het planten van een haag.

2.2. Dit betoog slaagt. Uit de tekst van het bezwaarschrift van 23 april 2002 blijkt dat het bezwaar van appellanten uitdrukkelijk was gericht tegen het besluit van 28 februari 2002, bij welk besluit door de raad is ingestemd met het voorgestelde ontwerp voor de reconstructie van de Rooseveltlaan en met de daarin opgenomen keuze voor de aanplant van zilveresdoorns. Gelet hierop had het college het tegen dit raadsbesluit door appellanten ingediende bezwaarschrift met toepassing van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) ter behandeling moeten doorzenden aan de raad als het terzake bevoegde orgaan. De rechtbank heeft dit miskend.

2.3. Het hoger beroep is derhalve gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep alsnog gegrond verklaren en de door het college onbevoegd genomen beslissing op bezwaar van 19 juli 2002 vernietigen. De Afdeling zal voorts toepassing geven aan artikel 6:15 van de Awb en het bezwaarschrift van appellanten van 23 april 2002 ter behandeling doorzenden naar de raad.

2.4. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank te Breda van 24 juli 2003, 02/1765 BESLU;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom van 19 juli 2002 ;

V. bepaalt dat het bezwaarschrift van appellanten van 23 april 2002 ter behandeling wordt doorgezonden aan de raad van de gemeente Bergen op Zoom;

VI. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom in de door appellanten in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van

€ 1288,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Bergen op Zoom te worden betaald aan appellanten;

VII. gelast dat de gemeente Bergen op Zoom aan appellanten het door hen voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht (€ 175,00 en € 116,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink w.g. Zwemstra

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2004

367.