Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AO1292

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-12-2003
Datum publicatie
06-01-2004
Zaaknummer
200307297/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 september 2003, kenmerk 2002/012, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [vergunninghoudster] een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor een inrichting voor het vervaardigen, repareren, verhandelen en verhuren van houten pallets en kisten met opslag op het terrein en het verhuren van kantoor- en opslagruimten aan derden, op het perceel [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente [plaats], sectie […], nummers […] en […]. Dit besluit is op 25 september 2003 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200307297/2.

Datum uitspraak: 23 december 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

1. [verzoeker sub 1], wonend te [woonplaats],

2. [verzoeker sub 2], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Reimerswaal,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 september 2003, kenmerk 2002/012, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [vergunninghoudster] een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor een inrichting voor het vervaardigen, repareren, verhandelen en verhuren van houten pallets en kisten met opslag op het terrein en het verhuren van kantoor- en opslagruimten aan derden, op het perceel [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente [plaats], sectie […], nummers […] en […]. Dit besluit is op 25 september 2003 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben verzoeker sub 1 bij brief van 1 november 2003, bij de Raad van State ingekomen op 5 november 2003, en verzoeker sub 2 bij brief van 1 november 2003, bij de Raad van State ingekomen op 4 november 2003, beroep ingesteld.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft verzoeker sub 1 de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief van 28 november 2003, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, heeft verzoeker sub 2 de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 2 december 2003, waar verzoeker sub 1 in persoon, verzoeker sub 2 in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door D.P. van de Voorde en P.C.E. Kil, beiden ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is als partij vergunninghoudster, vertegenwoordigd door [gemachtigde] en [gemachtigde], daar gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Verzoekers vrezen geluidhinder van het in werking zijn van de inrichting. Zij betogen dat vanwege de werktijden sprake is van een inbreuk op de nachtrust. Verzoeker sub 1 stelt in dit verband onder meer geluidhinder te ondervinden vanwege draaiende motoren van vrachtwagens die op het voorterrein worden geparkeerd en waarin door de bestuurders wordt overnacht.

2.2.1. In de vergunning zijn onder I.C voorschriften gesteld ter beperking van geluidhinder. Daarbij zijn grenswaarden opgenomen voor het equivalente geluidniveau en de piekgeluiden voor de dag- en avondperiode. Verder is in de voorschriften onder meer bepaald dat tussen 22.00 uur en 7.00 uur geen geluidsproducerende activiteiten mogen plaatsvinden, behoudens het vertrekken van 1 vrachtwagen vanaf de voorzijde van het bedrijfsterrein. Uit het rapport van Akoestisch Adviesburo [naam adviesbureau] van 25 juli 2002 blijkt dat de geluidgrenswaarden kunnen worden nageleefd. Verder staat vast dat het parkeren van vrachtwagens waarin de bestuurders overnachten binnen het terrein van de inrichting niet is vergund en derhalve niet is toegestaan.

Gelet op het vorenstaande alsmede op de hoogte van de geluidgrenswaarden, acht de Voorzitter het aannemelijk dat geen sprake is van een zodanig hoge geluidemissie dat het treffen van een voorlopige voorziening gerechtvaardigd zou zijn. Daarbij zij opgemerkt dat de vraag of de opgenomen voorschriften een in alle opzichten toereikend beschermingsniveau bieden, eerst in de bodemprocedure kan worden beantwoord.

2.2.2. Verzoekers vrezen voorts gevaar voor brand vanwege de opslag van pallets. De Voorzitter overweegt dat dit aspect nader onderzoek vergt en eerst door de Afdeling in de bodemprocedure ten volle kan worden beoordeeld. In afwachting van die beoordeling ziet de Voorzitter, mede gelet op het feit dat de Regionale Brandweer Zeeland de aanvraag die aan de onderhavige vergunning ten grondslag ligt akkoord heeft bevonden en gelet op de aan de vergunning verbonden voorschriften inzake brandpreventie en brandbestrijding, geen aanleiding het verzoek toe te wijzen.

2.3. In de gestelde visuele hinder ziet de Voorzitter, met name gelet op hetgeen in rechtsoverweging 2.2.1 is vastgesteld, evenmin aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.

2.4. Het betoog van verzoeker sub 1 aangaande de gestelde waardevermindering van zijn huis heeft geen betrekking op de rechtmatigheid van de ter beoordeling staande vergunning en kan om die reden niet slagen. Hetzelfde geldt voor het betoog van verzoeker sub 2 dat verweerder geen controle zal uitoefenen op de naleving van de aan de vergunning verbonden voorschriften. De Algemene wet bestuursrecht voorziet in de mogelijkheid tot het treffen van maatregelen die strekken tot het afdwingen van de naleving van de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden.

2.5. Gelet hierop ziet de Voorzitter aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, ambtenaar van Staat.

w.g. Brink w.g. Van der Maesen de Sombreff

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 december 2003

190-415.