Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AO0943

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-12-2003
Datum publicatie
23-12-2003
Zaaknummer
200307750/2
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 mei 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veghel (hierna: het college) bouwvergunning verleend aan [derde belanghebbende] voor het oprichten van een kantoorpand op het perceel, kadastraal bekend gemeente Veghel, sectie […], nummer […], plaatselijk bekend [locatie] te [plaats] (hierna: het kantoor).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200307750/2.

Datum uitspraak: 18 december 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 23 oktober 2003 in het geding tussen:

verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Veghel.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 mei 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veghel (hierna: het college) bouwvergunning verleend aan [derde belanghebbende] voor het oprichten van een kantoorpand op het perceel, kadastraal bekend gemeente Veghel, sectie […], nummer […], plaatselijk bekend [locatie] te [plaats] (hierna: het kantoor).

Bij besluit van 26 augustus 2003 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard voorzover dat ziet op de strijd met de Bouwverordening van de gemeente Veghel 1992, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 12 december 2002 (hierna: de bouwverordening) en voor het overige ongegrond verklaard. Het college heeft het bestreden besluit herroepen voorzover daarbij geen vrijstelling als bedoeld in artikel 2.5.14 van de bouwverordening is verleend van het in artikel 2.5.12 van de bouwverordening opgenomen verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn.

Bij uitspraak van 23 oktober 2003, verzonden op 10 november 2003, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Hertogenbosch (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 10 november 2003, bij de Raad van State ingekomen op 11 november 2003, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 20 november 2003.

Bij brief van 10 november 2003, bij de Raad van State ingekomen op 11 november 2003, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 4 december 2003, waar verzoeker in persoon, bijgestaan door mr. I.C.M. Janssen, advocaat te Veghel, en het college, vertegenwoordigd door mr. L.A. Muller, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is [derde belanghebbende] daar gehoord, vertegenwoordigd door mr. D.H. Nas, advocaat te Nijmegen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit geldt temeer indien, zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het besluit heeft getoetst en het daartegen ingestelde beroep ongegrond heeft geoordeeld.

Vast staat dat [derde belanghebbende] is aangevangen met de bouw van het kantoor. Deze bouw bevindt zich inmiddels in een gevorderd stadium. [derde belanghebbende] heeft, door gebruik te maken van een nog niet in rechte onaantastbare vergunning, een risico genomen, waarvan de eventuele negatieve gevolgen voor haar rekening komen.

2.3. Het kantoor is gelegen naast een gebouw van verzoeker dat ook met overschrijding van de achtergevelrooilijn is gebouwd, dat eveneens als kantoor in gebruik is genomen en waarvan het terrein achter het gebouw mede wordt gebruikt voor parkeerdoeleinden. Verder moet worden geoordeeld dat het kantoor past in het concept van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie Veghel Centrum van augustus 2001. Gelet hierop is het aannemelijk dat het kantoor in het eerstkomende bestemmingsplan positief zal worden bestemd, hetgeen van belang is voor het geval de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven.

Dit in aanmerking nemende wordt aan de belangen die zijn gediend met het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening, geen doorslaggevend gewicht toegekend.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. I. Sluiter, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Sluiter

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2003

292.