Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AO0882

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-12-2003
Datum publicatie
24-12-2003
Zaaknummer
200303214/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 17 juli 2001 heeft het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas (hierna: het college) aan [derde belanghebbende] bouwvergunning verleend voor het gewijzigd uitvoeren van een op 19 oktober 1999 aan hem verleende bouwvergunning voor een garage/bergruimte op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200303214/1.

Datum uitspraak: 24 december 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank te Roermond van 11 april 2003 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas.

1. Procesverloop

Bij besluit van 17 juli 2001 heeft het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas (hierna: het college) aan [derde belanghebbende] bouwvergunning verleend voor het gewijzigd uitvoeren van een op 19 oktober 1999 aan hem verleende bouwvergunning voor een garage/bergruimte op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).

Bij besluit van 14 januari 2002 heeft het college het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 11 april 2003, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te Roermond (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 18 mei 2003, bij de Raad van State ingekomen op 20 mei 2003, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 21 juli 2003 heeft het college van antwoord gediend. [derde belanghebbende] heeft gereageerd bij brief van 29 juni 2003.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 december 2003, waar appellant in persoon en het college, vertegenwoordigd door P.M.L. Voesten, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het betoog van appellant dat hij de uitnodiging voor de hoorzitting ter zake van het door hem ingediende bezwaarschrift eerst drie werkdagen voordien heeft ontvangen, kan niet leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak. Nu hij ter zitting is verschenen en daar het woord heeft gevoerd is appellant door deze gang van zaken niet in zijn belangen geschaad. Dit geldt evenzeer ten aanzien van het hem aanvankelijk toegestuurde onvolledige verslag van die hoorzitting dat hem op zijn verzoek alsnog volledig is toegezonden.

2.2. Het bouwplan voorziet slechts in het gewijzigd uitvoeren van een op het perceel reeds geplaatste garage/berging. Hetgeen appellant heeft betoogd met betrekking tot een op het perceel geplaatste muur valt derhalve buiten de omvang van het voorliggende geschil. De daarop betrekking hebbende beroepsgronden dienen buiten beschouwing te blijven.

2.3. Vaststaat dat geen van de weigeringsgronden bedoeld in artikel 44 van de Woningwet in de weg staat aan het verlenen van de gevraagde bouwvergunning. Gelet op dat artikel moest bouwvergunning derhalve worden verleend. Het betoog van appellant dat de op het perceel aanwezige garage/berging afwijkt van het bouwplan kan, wat er verder van zij, daaraan niet afdoen. Het college diende te beslissen op de aanvraag zoals deze bij hem is ingediend. De rechtbank is tot hetzelfde oordeel gekomen.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Molenaar, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink w.g. Molenaar

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 december 2003

369-412.