Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AN9778

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-12-2003
Datum publicatie
09-12-2003
Zaaknummer
200307110/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 augustus 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Culemborg verzoekster onder oplegging van een dwangsom gelast de strijdigheid met de voorschriften van het bestemmingsplan “Buitengebied”, inhoudende de inrichting als, en het gebruik van de berging/stal op het perceel, kadastraal bekend gemeente Culemborg, sectie [...], nr. […], als woning/kantoorruimte te beëindigen en beëindigd te houden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200307110/2.

Datum uitspraak: 3 december 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekster], gevestigd te [plaats],

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Arnhem van 30 september 2003 in het geding tussen:

verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van Culemborg.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 augustus 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Culemborg (hierna: het college) verzoekster onder oplegging van een dwangsom gelast de strijdigheid met de voorschriften van het bestemmingsplan “Buitengebied”, inhoudende de inrichting als, en het gebruik van de berging/stal op het perceel, kadastraal bekend gemeente Culemborg, sectie [...], nr. […], als woning/kantoorruimte te beëindigen en beëindigd te houden.

Bij besluit van 1 april 2003 heeft het college het daartegen door verzoekster gemaakte bezwaar onder wijziging van de begunstigingstermijn ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 27 mei 2003 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Arnhem (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door verzoekster ingestelde beroep gegrond verklaard en de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd.

Bij besluit van 7 juli 2003 heeft het college het door verzoekster tegen het besluit van 28 augustus 2002 gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard en verzoekster gelast aan voornoemde berging/stal de volgende voorzieningen te treffen:

- verwijdering van de scheidingswand tussen de slaapkamer en de kamer;

- verwijdering van alle apparatuur in de keuken, met uitzondering van de spoelbak en het tappunt voor water;

- verwijdering van de scheidingswand tussen de slaap- en badkamer;

- verwijdering van het bad, de doucheruimte en de wasbak uit de badkamer.

Bij uitspraak van 30 september 2003, verzonden op 20 oktober 2003, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Arnhem (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door verzoekster ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd voor zover de last betrekking heeft op de verwijdering van alle apparatuur in de keuken met uitzondering van de spoelbak en het tappunt voor water en zelf in de zaak voorzien door de last te wijzigen in die zin dat de als één geheel te beschouwen inbouwkeuken dient te worden verwijderd, met uitzondering van de spoelbak en het tappunt voor water.

Tegen deze uitspraak heeft verzoekster bij brief van 27 oktober 2003, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 27 oktober 2003, bij de Raad van State ingekomen op 29 oktober 2003, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 20 november 2003, waar verzoekster, vertegenwoordigd door [gemachtigde] en [gemachtigde], onderscheidenlijk gemachtigde en directeur van verzoekster, en het college, vertegenwoordigd door mr. H.J.J. van Rijn, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Overwogen wordt dat bij besluit van 7 juli 2003 een last onder dwangsom is opgelegd, omdat naar het oordeel van het college sprake is van overtreding van het in artikel 40 van de Woningwet neergelegde verbod om te bouwen zonder bouwvergunning. Betwijfeld kan worden dat daarmee is beslist op het bezwaar tegen de bij voormeld besluit van 28 augustus 2002 op grond van strijd met de gebruiksvoorschriften van het bestemmingsplan “Buitengebied” opgelegde last. Voor het door de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht gewijzigde besluit geldt hetzelfde, waarbij in het midden wordt gelaten of een dergelijke toepassing van deze bepaling mogelijk is. Derhalve is er gerede twijfel of de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure in stand zal blijven.

2.2. Gelet hierop en op de betrokken belangen, bestaat aanleiding na te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.3. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Culemborg van 28 augustus 2002 en 7 juli 2003, alsook de werking van de uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 september 2003, reg. nrs. Awb 03/1863 en 03/1864;

II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Culemborg in de door verzoekster in verband met de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 680,71, voor een gedeelte groot € 644,00 toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Culemborg te worden betaald aan verzoekster;

III. gelast dat de gemeente Culemborg aan verzoekster het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 348,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.D. Boer, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Boer

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 december 2003

201.