Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AN9769

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-12-2003
Datum publicatie
09-12-2003
Zaaknummer
200302741/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 augustus 2002 heeft de gemeenteraad van Maasdonk, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 augustus 2002, vastgesteld het bestemmingsplan “Heiduinen (kern Nuland)”.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200302741/2.

Datum uitspraak: 1 december 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 27 augustus 2002 heeft de gemeenteraad van Maasdonk, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 augustus 2002, vastgesteld het bestemmingsplan “Heiduinen (kern Nuland)”.

Verweerder heeft bij zijn besluit van 18 maart 2003, kenmerk 858023, beslist over de goedkeuring van het bestemmingplan.

Tegen dit besluit heeft onder meer verzoeker bij brief van 6 mei 2003, bij de Raad van State ingekomen op 8 mei 2003, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 18 juni 2003.

Bij brief van 17 oktober 2003, dezelfde dag bij de Raad van State ingekomen, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 21 november 2003, waar verweerder, vertegenwoordigd door P.M.A. van Beek, ambtenaar bij de provincie, is verschenen.

Tevens is gehoord de gemeenteraad van Maasdonk, vertegenwoordigd door drs. I.C.M. Loos - van Loon, ambtenaar bij de gemeente.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Verzoeker, woonachtig aan de [locatie], kan zich niet verenigen met het bestreden besluit waarbij goedkeuring is verleend aan het plan. Hij betoogt onder meer dat deze goedkeuring in strijd is met het streekplan “Brabant in Balans” (hierna: streekplan).

2.3. Verweerder stelt zich op het standpunt dat alhoewel het plan niet in overeenstemming is met bepaalde beleidslijnen van het streekplan, hij desondanks met het plan kan en mag instemmen omdat het overgangsbeleid in het streekplan hem die mogelijkheid biedt.

2.4. Het streekplan is door provinciale staten op 22 februari 2002 vastgesteld. In het streekplan is, voor zover hier van belang, vermeld dat het ruimtelijke beleid dat daarin is geformuleerd, geldt met ingang van de dag van publicatie. Voorts is daarin vermeld dat verweerder medewerking kan verlenen aan plannen en projecten die strijdig zijn met de beleidslijnen van het streekplan, maar waarover de Provinciale Planologische Commissie (hierna: PPC) voorafgaande aan de inwerkingtreding van het streekplan positief heeft geadviseerd in het kader van het overleg op grond van artikel 10 van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 (hierna: Bro), mits sedert het uitbrengen van dit advies niet meer dan één jaar is verstreken.

De Voorzitter stelt vast dat het streekplan in werking is getreden op 15 maart 2002 door publicatie in de Staatscourant. Uit de stukken blijkt dat de PPC in het kader van het overleg op grond van artikel 10 Bro op 29 augustus 2001 en derhalve voor de inwerkingtreding van het streekplan advies heeft uitgebracht. Echter ten tijde van het bestreden besluit (18 maart 2003) was sinds dit advies meer dan één jaar verstreken.

Gelet hierop kon verweerder naar het oordeel van de Voorzitter geen toepassing geven aan het hiervoor vermelde overgangsbeleid.

Nu niet in geschil is dat het plan in zoverre in strijd is met beleidslijnen van het streekplan, ziet de Voorzitter teneinde onomkeerbare ontwikkelingen te voorkomen aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.5. Verweerder dient op hierna te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 18 maart 2003, kenmerk 858023, voorzover daarbij goedkeuring is verleend aan het bestemmingsplan “Heiduinen (kern Nuland)”;

II. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant in de door verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 322,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de provincie Noord-Brabant te worden betaald aan verzoeker;

III. gelast dat de provincie Noord-Brabant aan verzoeker het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 116,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door dr. D. Dolman, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. F.T.T. van der Heijde, ambtenaar van Staat.

w.g. Dolman w.g. Van der Heijde

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 1 december 2003

349.