Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AN9300

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-11-2003
Datum publicatie
02-12-2003
Zaaknummer
200306450/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 maart 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Landgraaf in het kader van de reconstructie en de herinrichting van het verkeersgebied Kampstraat/Pasweg te Landgraaf (Landgraaftracé fase 3) diverse verkeersmaatregelen genomen, waaronder het besluit tot afsluiting voor gemotoriseerd verkeer in beide richtingen van de Lichtenbergerstraat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200306450/2.

Datum uitspraak: 26 november 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekster], waarvan de vennoten zijn [vennoot sub 1], [vennoot sub 2] en [vennoot sub 3], gevestigd te [plaats],

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Maastricht van 13 augustus 2003 in het geding tussen:

verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van Landgraaf.

1. Procesverloop

Bij besluit van 18 maart 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Landgraaf (hierna: het college) in het kader van de reconstructie en de herinrichting van het verkeersgebied Kampstraat/Pasweg te Landgraaf (Landgraaftracé fase 3) diverse verkeersmaatregelen genomen, waaronder het besluit tot afsluiting voor gemotoriseerd verkeer in beide richtingen van de Lichtenbergerstraat.

Bij besluit van 1 juli 2003 heeft het college het daartegen door verzoekster gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 13 augustus 2003, verzonden op 3 september 2003, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Maastricht (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door verzoekster ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoekster bij brief van 25 september 2003, bij de Raad van State ingekomen op 29 september 2003, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 16 oktober 2003. Deze brieven zijn aangehecht. Voorts heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 13 november 2003, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. P. Baur, advocaat te Landgraaf, en het college, vertegenwoordigd door mr. T.J.M. Huijten, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het verzoek om voorlopige voorziening strekt tot schorsing van het verkeersbesluit, voorzover dit betrekking heeft op de afsluiting voor gemotoriseerd verkeer in beide richtingen van de Lichtenbergerstraat te Landgraaf. Daartoe heeft verzoekster betoogd dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat in het aan het besluit ten grondslag liggende rapport van Grontmij twee varianten zijn vermeld, waarbij slechts een aanbeveling is gedaan voor de variant waarbij de Lichtenbergerstraat is afgesloten. Voorts heeft zij betoogd dat zij als gevolg van dit besluit schade lijdt, nu haar winkel door de afsluiting minder goed bereikbaar is geworden.

2.3. In hetgeen verzoekster heeft betoogd met betrekking tot de onderbouwing van het verkeersbesluit bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat de afsluiting niet had mogen worden geëffectueerd. In het nadere door Grontmij opgestelde rapport “Herinrichting Landgraaftracé fase 3” van 5 december 2002 is het in het rapport van 1 maart 2002 neergelegde advies van Grontmij om te kiezen voor de variant waarbij de Lichtenbergerstraat voor gemotoriseerd verkeer in beide richtingen wordt afgesloten, bekrachtigd. De Voorzitter ziet voorshands geen grond voor het oordeel dat het college dit advies niet aan zijn besluit ten grondslag heeft mogen leggen.

Hetgeen verzoekster heeft gesteld met betrekking tot de door haar geleden schade dient door de Afdeling te worden beoordeeld in het kader van de behandeling van het geschil in de bodemprocedure. De voorlopige voorzieningenprocedure is daarvoor ongeschikt.

2.4. Onder deze omstandigheden dient het belang van het college bij handhaving van de afsluiting van de Lichtenbergerstraat te prevaleren boven de door verzoekster gestelde belangen bij het schorsen daarvan. De Voorzitter neemt daarbij in aanmerking dat de winkel van verzoekster via de zijstraten van de Lichtenbergerstraat nog wel bereikbaar is voor gemotoriseerd verkeer. Het verzoek dient dan ook te worden afgewezen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.Z.C. Koutstaal, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Koutstaal

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 november 2003

383.