Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AN9291

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-11-2003
Datum publicatie
02-12-2003
Zaaknummer
200307012/1 en 200307012/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 februari 2003 heeft de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer (hierna: de Algemeen Directeur) de aan appellante verleende erkenning bedrijfsvoorraad voor een periode van zes weken ingetrokken.

Bij besluit van 4 augustus 2003 heeft de Algemeen Directeur het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 10 oktober 2003, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Amsterdam (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200307012/1 en 200307012/2.

Datum uitspraak: 24 november 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te [plaats],

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Amsterdam van 10 oktober 2003 in het geding tussen:

appellante

en

de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer (RDW).

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 februari 2003 heeft de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer (hierna: de Algemeen Directeur) de aan appellante verleende erkenning bedrijfsvoorraad voor een periode van zes weken ingetrokken.

Bij besluit van 4 augustus 2003 heeft de Algemeen Directeur het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 10 oktober 2003, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Amsterdam (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij (ongedateerde) brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 oktober 2003, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Voorts heeft appellante de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 november 2003, waar de Algemeen Directeur, vertegenwoordigd door mr. C. van der Berg, ambtenaar van de Dienst Wegverkeer, is verschenen. Appellante heeft zich niet ter zitting doen vertegenwoordigen.

2. Overwegingen

2.1. Appellante heeft een hoger beroepschrift en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend onder verwijzing naar nog door haar in te dienen gronden. Deze gronden heeft zij niet ingediend. Appellante is evenmin ter zitting verschenen om haar standpunt toe te lichten.

De Voorzitter ziet geen aanleiding aan de juistheid van de beslissing van de voorzieningenrechter en de motivering daarvan te twijfelen.

2.2. De Voorzitter is van oordeel dat in dit geval nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak en dat ook overigens geen beletsel bestaat om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. Gelet hierop bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening geen aanleiding, zodat het verzoek daartoe moet worden afgewezen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.Z.C. Koutstaal, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Koutstaal

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 november 2003

383.