Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AN8869

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-11-2003
Datum publicatie
25-11-2003
Zaaknummer
200303933/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 september 2002 heeft de gemeenteraad van Castricum, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 september 2002, het bestemmingsplan "d’Enterij Limmen" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200303933/2.

Datum uitspraak: 20 november 2003.

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 26 september 2002 heeft de gemeenteraad van Castricum, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 september 2002, het bestemmingsplan "d’Enterij Limmen" vastgesteld.

Verweerder heeft bij zijn besluit van 27 mei 2003, kenmerk 2002-42068, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.

Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 17 juni 2003, bij de Raad van State ingekomen op 19 juni 2003, beroep ingesteld.

Bij brief van 19 augustus 2003, bij de Raad van State ingekomen op 22 augustus 2003, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 oktober 2003, waar verzoekers, vertegenwoordigd door mr. A. van der Leest en [gemachtigde], in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door W.J. Ardewijn, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen.

Voorts is, namens de gemeenteraad, mr. A. Kuijpers-IJmker, ambtenaar van de gemeente, daar gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan voorziet op grond van de bestemming “Gemengde doeleinden” in de mogelijkheid van vestiging van bedrijven, kantoren, maatschappelijke instellingen en winkels aan de Kerkweg.

2.3. Verzoekers stellen dat op grond van de bestemming “Gemengde doeleinden” te veel bedrijvigheid in de woonomgeving mogelijk wordt gemaakt en vrezen als gevolg hiervan parkeer- en geluidoverlast. Zij stellen in dit verband dat bedrijfsactviteiten niet gebonden zijn aan een maximum omdat de begrippen “bedrijf” en “bedrijfsactiviteit” niet gedefinieerd zijn in het plan. Tenslotte kunnen verzoekers zich niet verenigen met de regeling inzake de bijgebouwen en bouwwerken in het plan.

2.4. Ter zitting is gebleken dat de vrees van verzoekers voor parkeer- en geluidoverlast met name betrekking heeft op het schoonmaakbedrijf naast de woning van verzoekers. Gelet op het aantal personeelsleden en de omvang van het bedrijf is echter niet aannemelijk geworden dat ernstige parkeer- en geluidoverlast vanwege dit bedrijf te verwachten valt. Ook voor het overige is niet gebleken dat zich aan de Kerkweg op korte termijn ontwikkelingen zullen voordoen die een voorlopige voorziening rechtvaardigen. In hetgeen verzoekers ten aanzien van de begrippen “bedrijf” en “bedrijfsactiviteit” en de regeling inzake bijgebouwen en bouwwerken hebben aangevoerd, ziet de Voorzitter evenmin aanleiding het bestreden besluit te schorsen. Deze bezwaren lenen zich niet voor behandeling in deze procedure.

2.5. Gelet op het voorgaande dient het verzoek te worden afgewezen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door dr. D. Dolman, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van Staat.

w.g. Dolman w.g. Klein

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 november 2003.

176-459.