Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AN8385

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-11-2003
Datum publicatie
19-11-2003
Zaaknummer
200306811/1 en 200306811/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 augustus 2002 heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel Westerpark van de gemeente Amsterdam (hierna: het dagelijks bestuur) appellanten op straffe van bestuursdwang gelast het vaartuig “[naam]" uit de Houthavens van het stadsdeel Westerpark te verwijderen en verwijderd te houden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200306811/1 en 200306811/2.

Datum uitspraak: 13 november 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het hoger beroep van:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Amsterdam van 3 oktober 2003 in het geding tussen:

appellanten

en

het dagelijks bestuur van het stadsdeel Westerpark van de gemeente Amsterdam.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 augustus 2002 heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel Westerpark van de gemeente Amsterdam (hierna: het dagelijks bestuur) appellanten op straffe van bestuursdwang gelast het vaartuig “[naam]" uit de Houthavens van het stadsdeel Westerpark te verwijderen en verwijderd te houden.

Bij besluit van 3 juni 2003 heeft het dagelijks bestuur het daartegen door appellanten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 3 oktober 2003, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Amsterdam (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door appellanten ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 14 oktober 2003, bij de Raad van State ingekomen op 15 oktober 2003, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 15 oktober 2003. Deze brieven zijn aangehecht.

Voorts hebben appellanten de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 oktober 2003, waar appellanten in persoon, bijgestaan door mr. C. Sjenitzer, advocaat te Amsterdam, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. E.G. Blees, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De Voorzitter is van oordeel dat in dit geval nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak en dat ook overigens geen beletsel bestaat om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2.2. De voorzieningenrechter is op goede gronden tot een juiste beslissing gekomen. Appellanten hebben in hoger beroep geen grieven aangevoerd die een ander licht op de zaak werpen.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. Gelet hierop bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening geen aanleiding, zodat het verzoek daartoe moet worden afgewezen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.Z.C. Koutstaal, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Koutstaal

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 november 2003

383.