Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AM5408

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-10-2003
Datum publicatie
29-10-2003
Zaaknummer
200300202/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 augustus 2001 heeft de burgemeester van Goes (hierna: de burgemeester) afwijzend beschikt op het verzoek van appellante om ten behoeve van haar eetzaak aan de [locatie] te [plaats] het sluitingsuur voor donderdagnacht op 3.00 uur en voor vrijdag- en zaterdagnacht op 4.00 uur vast te stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Horeca 2003/2141
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200300202/1.

Datum uitspraak: 29 oktober 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante] , gevestigd te [plaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank te Middelburg van 27 november 2002 in het geding tussen:

appellante

en

de burgemeester van Goes.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 augustus 2001 heeft de burgemeester van Goes (hierna: de burgemeester) afwijzend beschikt op het verzoek van appellante om ten behoeve van haar eetzaak aan de [locatie] te [plaats] het sluitingsuur voor donderdagnacht op 3.00 uur en voor vrijdag- en zaterdagnacht op 4.00 uur vast te stellen.

Bij besluit van 28 januari 2002 heeft de burgemeester het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 27 november 2002, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te Middelburg (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 januari 2003, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 21 maart 2003. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 20 mei 2003 heeft de burgemeester van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 september 2003, waar appellante, vertegenwoordigd door [gemachtigden], bijgestaan door mr. J.J. Brosius, advocaat te Goes, en de burgemeester, vertegenwoordigd door G.M. van Belzen, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 2.3.1.4, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Goes is het de houder van een horecabedrijf verboden dit voor bezoekers geopend te hebben of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven van ’s nachts twee uur tot ’s morgens vijf uur.

Ingevolge het tweede lid van dit artikel kan de burgemeester op grond van bijzondere omstandigheden voor bepaalde horecabedrijven andere dan de in het eerste lid genoemde sluitingsuren vaststellen.

2.2. De burgemeester heeft het verzoek van appellante afgewezen met toepassing van zijn beleid, dat inhoudt dat aan alcoholvrije eetzaken

– [appellante] – slechts ontheffing kan worden verleend van de reguliere sluitingstijden voor de nacht van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag tot 3.00 uur. Volgens dit beleid kan op voormelde dagen alleen aan nachtzaken, dat wil zeggen horecabedrijven die uitsluitend ’s avonds en ’s nachts geopend zijn, een ontheffing worden verleend tot 4.00 uur. Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan van het beleid zou moeten worden afgeweken is de burgemeester niet gebleken.

2.3. De rechtbank heeft dit beleid en de toepassing daarvan in het onderhavige geval niet onredelijk geacht.

2.4. Appellante bestrijdt dit oordeel tevergeefs. Met de differentiatie in sluitingstijden streeft de burgemeester ernaar overlast te verminderen door de tijdstippen waarop bezoekers van de horecagelegenheden naar huis gaan te spreiden. Voldoende aannemelijk is dat de overlast die door bezoekers van horecagelegenheden wordt veroorzaakt zich niet beperkt tot het centrum van Goes, maar zich ook uitstrekt tot de aangrenzende woonwijken. De burgemeester heeft derhalve het feit dat zich in de directe nabijheid van

[appellante] weinig tot geen woonhuizen bevinden terecht niet als een bijzondere omstandigheid aangemerkt die tot afwijking van het beleid zou moeten leiden. Ter zitting in hoger beroep heeft appellante erop gewezen dat gedurende enige tijd, zowel vóór als na haar oprichting in 1999, sprake is geweest van een gedoogsituatie met betrekking tot ruimere openingstijden. Het bestaan van een dergelijke gedoogsituatie is door de burgemeester ontkend. Los daarvan kan in die situatie geen bijzondere omstandigheid worden gezien die voor de burgemeester aanleiding had moeten zijn om voor [appellante] andere dan de gehanteerde sluitingsuren vast te stellen.

2.5. Het betoog van appellante dat in strijd zou zijn gehandeld met het gelijkheidsbeginsel, aangezien aan “El Torro” wel een ontheffing is verleend tot 4.00 uur, is door de rechtbank terecht verworpen. Het feit dat in

“El Torro” een maaltijd kan worden genuttigd doet er niet aan af dat dit, anders dan [appellante], een nachtzaak is die pas om 21.00 uur wordt geopend.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. E.M.H. Hirsch Ballin, Voorzitter, en mr. J.A.M. van Angeren en mr. M.G.J. Parkins-de Vin, Leden, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Haverkamp, ambtenaar van Staat.

w.g. Hirsch Ballin w.g. Haverkamp

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2003

367.