Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AM2425

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-10-2003
Datum publicatie
22-10-2003
Zaaknummer
200301665/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 augustus 2000 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Reiderland (hierna: het college) de aanvraag van appellante voor een bijzondere bijdrage in de huurlasten op grond van de Vangnetregeling Huursubsidie afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200301665/1.

Datum uitspraak: 22 oktober 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Groningen van 20 november 2001 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Reiderland.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 augustus 2000 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Reiderland (hierna: het college) de aanvraag van appellante voor een bijzondere bijdrage in de huurlasten op grond van de Vangnetregeling Huursubsidie afgewezen.

Bij besluit van 23 februari 2001 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 20 november 2001, verzonden op 22 november 2001, heeft de arrondissementsrechtbank te Groningen (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 24 december 2001, bij de Centrale Raad van Beroep ingekomen op 3 januari 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 25 april 2002 heeft het college van antwoord gediend.

De Centrale Raad van Beroep heeft deze brieven met toepassing van artikel 6:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doorgezonden aan de Afdeling, waar ze zijn ingekomen op 17 maart 2003.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De zaak is aan de orde gesteld ter zitting van 10 oktober 2003. Partijen zijn niet verschenen.

2. Overwegingen

2.1. In artikel 6:11 van de Awb is bepaald dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

2.1.1. Appellante heeft aangevoerd dat zij indertijd als gevolg van het overlijden van haar echtgenoot geconfronteerd was met een zwaarwegend persoonlijk verlies, waardoor zij zich in een bijzondere positie bevond. Verder heeft zij erop gewezen dat zij de Nederlandse taal niet machtig was.

2.1.2. Het behoeft geen betoog dat moet worden gesproken van een emotioneel belastende gebeurtenis in het leven van appellante. Dit neemt niet weg, dat onvoldoende is kunnen blijken dat appellante dientengevolge buiten staat is geweest haar belangen in genoegzame mate te behartigen of te doen behartigen door iemand die de Nederlandse taal wel machtig is.

2.1.3. De door appellante aangevoerde omstandigheden kunnen derhalve niet leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding haar niet kan worden tegengeworpen. Ook anderszins is de Afdeling niet gebleken van feiten of omstandigheden die dit oordeel niet rechtvaardigen.

2.2. De rechtbank heeft mitsdien met juistheid overwogen, dat het college bij het bestreden besluit het bezwaarschrift van appellante tegen zijn beslissing van 21 augustus 2000 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

2.3. Het hoger beroep is derhalve ongegrond; de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Sparreboom

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2003

195-209.