Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AL8910

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-10-2003
Datum publicatie
15-10-2003
Zaaknummer
200302335/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 juli 2000 heeft de gemeenteraad van Neede (hierna: de gemeenteraad) een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 21 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO) genomen voor de percelen gelegen tussen Gantvoort, Peppelendijk en Elite Salades te Neede.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200302335/1.

Datum uitspraak: 15 oktober 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de vennootschap onder firma "Luttermolenveld", waarvan de vennoten zijn Wepart B.V. en Exploitatiemaatschappij Neede B.V., gevestigd te De Lutte,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank te Zutphen van 4 maart 2003 in het geding tussen:

appellante

en

de gemeenteraad van Neede.

1. Procesverloop

Bij besluit van 4 juli 2000 heeft de gemeenteraad van Neede (hierna: de gemeenteraad) een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 21 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO) genomen voor de percelen gelegen tussen Gantvoort, Peppelendijk en Elite Salades te Neede.

Bij besluit van 6 maart 2001 heeft de gemeenteraad het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 4 maart 2003, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te Zutphen (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 10 april 2003, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 12 mei 2003. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 23 juni 2003 heeft de gemeenteraad van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 september 2003, waar appellante in persoon, bijgestaan door mr. F.J.M. Kobossen, advocaat te Deventer, en de gemeenteraad, vertegenwoordigd door mr. drs. J.M. Klep, advocaat te Nijmegen, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 21, eerste lid, van de WRO, voorzover hier van belang, kan de gemeenteraad verklaren dat een bestemmingsplan wordt voorbereid (voorbereidingsbesluit).

2.2. Appellante is eigenaresse van een perceel grond gelegen in het gebied waarop het voorbereidingsbesluit betrekking heeft. Evenals in beroep, betoogt zij in hoger beroep dat de gemeenteraad ten onrechte zijn bevoegdheid tot het nemen van het voorbereidingsbesluit heeft aangewend omdat daarmee uitsluitend is beoogd haar voornemen te frustreren om ter plaatse bebouwing te realiseren. Dat betoog faalt. De rechtbank heeft terecht en op goede gronden geoordeeld dat de gemeenteraad zijn bevoegdheid als bedoeld in voormeld artikel 21, eerste lid, niet heeft aangewend voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven. Overigens heeft appellante eerst nadat de ontwerp-ontwikkelingsvisie “Omgeving De Kamp”, waarin een herziening van de industriële bestemming van het perceel wordt voorgesteld, ter inzage was gelegd dat perceel in eigendom verworven.

2.3. Afdeling gaat voorbij aan hetgeen appellante heeft aangevoerd ter zake van een (mogelijke) herziening van de aan het perceel toegekende bestemming en de daaruit voor haar voortvloeiende financiële schade. Dit valt buiten de omvang van het voorliggende geschil omdat het voorbereidingsbesluit geen betrekking heeft op de (invulling van) de toekomstige bestemming en dus ook niet op het eventuele verschil met de huidige bestemming. Reeds hierom kan het betoog van appellante dat het college met het onderbreken van een bezwaarprocedure in november 1999 verwachtingen heeft gewekt ter zake van door haar gewenste bebouwingsmogelijkheden op het perceel buiten beschouwing blijven.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Lodder

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2003

-412.