Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AL8889

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-10-2003
Datum publicatie
14-10-2003
Zaaknummer
200304699/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 juni 2003, kenmerk 02/37688, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [verzoekster] een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor een inrichting voor onder meer het op- en overslaan van afvalstoffen op het perceel [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente Weert, sectie […], nummer […]. Dit besluit is op 19 juni 2003 ter inzage gelegd.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 8:70
Algemene wet bestuursrecht 8:77
Algemene wet bestuursrecht 8:81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JB 2003/332
JOM 2006/980
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200304699/2.

Datum uitspraak: 7 oktober 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoekster], gevestigd te [plaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Limburg,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 10 juni 2003, kenmerk 02/37688, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [verzoekster] een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor een inrichting voor onder meer het op- en overslaan van afvalstoffen op het perceel [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente Weert, sectie […], nummer […]. Dit besluit is op 19 juni 2003 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft onder meer verzoekster bij brief van 30 juli 2003, bij de Raad van State ingekomen op 4 augustus 2003, beroep ingesteld.

Bij brief van 30 juli 2003, bij de Raad van State ingekomen op 4 augustus 2003, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 september 2003, waar verzoekster, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en verweerder, vertegenwoordigd door mr. J.J.A.G. Werkhoven en ing. J.M.M.D. Poelen, ambtenaren van de provincie, zijn verschenen.

Voorts zijn [partij 1] en [partij 2], beide vertegenwoordigd door mr. H.B.J. Reijnders, advocaat te Waalre, daar gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Verweerder heeft ter zitting betoogd dat het door verzoekster ingediende beroepschrift niet tijdig is ingediend.

2.2. Het bestreden besluit is bekendgemaakt op 19 juni 2003, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift ingevolge het bepaalde in artikel 6:8, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is begonnen op 20 juni 2003. Gelet op artikel 6:7 van deze wet was 31 juli 2003 de laatste dag waarop het beroepschrift kon worden ingediend.

Verzoekster heeft het beroepschrift niet binnen de termijn ingediend, nu het blijkens het poststempel op 1 augustus is verzonden. Gelet hierop is het beroepschrift niet tijdig ingediend. Naar verwachting zal de Afdeling verzoekster om die reden niet in haar beroep ontvangen. In zoverre bestaat er dan ook geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.L.D. Trippert-van Gemeren, ambtenaar van Staat.

w.g. Hammerstein-Schoonderwoerd w.g. Trippert-van Gemeren

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2003

289.