Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AL8883

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-10-2003
Datum publicatie
14-10-2003
Zaaknummer
200302165/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 februari 2001 heeft de gemeenteraad van Skarsterlân het bestemmingsplan “Buitengebied Skarsterlân” vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200302165/2.

Datum uitspraak: 9 oktober 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

1. [verzoekster sub 1], wonend te [woonplaats],

2. [verzoeker sub 2], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Fryslân,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 februari 2001 heeft de gemeenteraad van Skarsterlân het bestemmingsplan “Buitengebied Skarsterlân” vastgesteld.

Bij besluit van 17 oktober 2001, kenmerk 465619, ondertekend door verweerder, is beslist omtrent de goedkeuring van dit plan.

Bij uitspraak van 2 oktober 2002, no. 200105820/1, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak dit besluit vernietigd.

Bij besluit van 4 maart 2003, kenmerk 515169, heeft verweerder, om te voldoen aan de uitspraak van de Afdeling van 2 oktober 2002, opnieuw beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.

Tegen dit besluit hebben onder meer verzoekster sub 1 bij brief van 6 mei 2003, bij de Raad van State ingekomen op 7 mei 2003, en verzoeker sub 2 bij brief van 5 juni 2003, bij de Raad van State ingekomen op 6 juni 2003, beroep ingesteld.

Bij brief van 6 mei 2003, bij de Raad van State ingekomen op 7 mei 2003, heeft verzoekster sub 1 de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief van 5 juni 2003, bij de Raad van State ingekomen op 6 juni 2003, heeft verzoeker sub 2 de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 22 augustus 2003, waar verzoekster sub 1, vertegenwoordigd door mr. R.C.M. Kamsma, advocaat te Leeuwarden, verzoeker sub 2, in persoon en bijgestaan door mr. P.I.M. Houniet, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door drs. D.D. Jansen, ambtenaar der provincie, zijn verschenen.

Voorts is de gemeenteraad van Skarsterlân, vertegenwoordigd door G. Zaal, ambtenaar der gemeente, daar gehoord.

Na de zitting zijn [naam partij] toegelaten als partij in het geding. Bij brief van 5 september 2003 hebben zij een schriftelijke reactie gegeven. De andere partijen zijn in de gelegenheid gesteld hierop te reageren.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan ziet op het gehele grondgebied van de gemeente Skarsterlân met uitzondering van de bebouwingsconcentraties en voorziet in de integrale herziening van een zestal bestemmingsplannen voor het buitengebied.

2.3. [verzoekster sub 1] heeft bezwaar tegen de goedkeuring van de recreatieve bestemming voor het perceel van [partij] aan de [locatie 1]. Zij voert onder meer aan dat de recreatiemogelijkheden op dit perceel niet passen binnen de omgeving. Voorts acht zij het onderzoek dat de gemeente heeft laten uitvoeren door bureau Noord Peil onvoldoende, evenals het rapport Eco Groen.

2.4. [verzoeker sub 2 heeft bezwaar tegen de goedkeuring van de bestemmingen voor de gronden rondom zijn agrarische bedrijf op het perceel [locatie 2]. Dit betreft de aanleg van een skeelerbaan, een ecologische verbindingszone en een bos. Hij meent dat deze bestemmingen niet goed samengaan. Voorts stelt hij dat hij ten onrechte niet opnieuw is gehoord door verweerder.

2.5. Bij uitspraak van 16 april 2002, no. 200105820/2 (aan deze uitspraak gehecht), heeft de Voorzitter van de Afdeling de verzoeken van [verzoekster sub 1] en [verzoeker sub 2] om schorsing van het besluit van 17 oktober 2001 toegewezen en het besluit op onderdelen geschorst.

Bij uitspraak van 2 oktober 2002, no. 200105820/1 (BR 2003, p. 400 en Gst. 2003, 7188, 115 ) heeft de Afdeling het besluit van 17 oktober 2001 om formele redenen vernietigd en is zij aan de behandeling van de (overige) bezwaren van appellanten niet toegekomen.

2.6. De Voorzitter ziet thans geen aanleiding om in deze nieuwe procedure tot een andere beslissing te komen dan in de uitspraak van 16 april 2002. Dat inmiddels nieuwe onderzoeksrapporten zijn verschenen, welke overigens zijn opgesteld in opdracht van één der partijen, maakt dit niet anders. Niettegenstaande de belangen van [partij], acht de Voorzitter termen aanwezig het bestreden besluit, voorzover dit betreft de door verzoekers bestreden onderdelen, bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen.

Overigens merkt de Voorzitter op dat inmiddels opdracht is gegeven aan de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening tot het verrichten van nader onderzoek.

2.7. Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten van verzoekers te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Fryslân van 4 maart 2003, 515169, voorzover het betreft:

a. het plandeel met de bestemming "Verblijfsrecreatie I (RV-I)", voorzover nader aangegeven op de bij deze uitspraak behorende gewaarmerkte kaart 1;

b. de plandelen met de bestemmingen "Sportieve recreatie", "Natuurgebied", en de aanduiding "wijzigingsgrens bos/natuur” voorzover nader aangegeven op de bij deze uitspraak behorende gewaarmerkte kaart 2;

II. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Fryslân in de door verzoekers in verband met de behandeling van hun verzoeken gemaakte proceskosten tot € 644,00 voor verzoekster sub 1 en € 644,00 voor verzoeker sub 2, welke bedragen geheel zijn toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; de bedragen dienen door de provincie Fryslân te worden betaald aan verzoekers;

III. gelast dat de provincie Fryslân aan verzoekers het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 116,00 voor verzoekster sub 1 en € 116,00 voor verzoeker sub 2) vergoedt.

Aldus vastgesteld door dr. D. Dolman, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.F.N. van den Berg, ambtenaar van Staat.

w.g. Dolman w.g. Van den Berg

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2003

176-350.