Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AL3338

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-10-2003
Datum publicatie
01-10-2003
Zaaknummer
200300077/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 februari 2000 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden (hierna: het college) het verzoek van appellant ingevolge de Wet Openbaarheid van Bestuur (hierna: de Wob) afgewezen, voor zover dit betrekking heeft op de verstrekking van de privé-adressen van de leden en de secretarissen van de commissie van advies voor de bezwaar- en beroepschriften (hierna: de commissie).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2003, 438 met annotatie van P.J. Stolk
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200300077/1.

Datum uitspraak: 1 oktober 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank te Leeuwarden van 28 oktober 2002 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 februari 2000 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden (hierna: het college) het verzoek van appellant ingevolge de Wet Openbaarheid van Bestuur (hierna: de Wob) afgewezen, voor zover dit betrekking heeft op de verstrekking van de privé-adressen van de leden en de secretarissen van de commissie van advies voor de bezwaar- en beroepschriften (hierna: de commissie).

Bij besluit van 28 november 2000 heeft het college, voor zover thans van belang, het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 29 januari 2002, verzonden op 30 januari 2002, heeft de rechtbank te Leeuwarden (hierna: de rechtbank), voor zover thans van belang, het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard en de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd.

Bij besluit van 7 mei 2002 heeft het college, opnieuw beslissend op het bezwaar, dat bezwaar wederom ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 28 oktober 2002, verzonden op 3 januari 2003, heeft de rechtbank te Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 3 januari 2003, bij de Raad van State ingekomen op 6 januari 2003, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 23 april 2003 heeft het college van antwoord gediend.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ingekomen van appellant. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 juli 2003, waar appellant in persoon, en het college, vertegenwoordigd door A. Sibma en mr. P.J. Achterhof, ambtenaren van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

2.2. Appellant heeft in zijn hoger-beroepschrift de gronden die hij heeft aangevoerd in zijn bezwaarschrift van 15 februari 2000 en het beroepschrift van 17 juni 2002 als herhaald en ingelast aangemerkt. Hij is opgekomen tegen het besluit tot afwijzing van zijn verzoek om verstrekking van de privé-adressen van de leden en de secretarissen van de commissie, omdat hij de daarbij door het college gemaakte belangenafweging onjuist acht.

2.3. De privé-adressen van de leden en secretarissen van de commissie moeten als strikt persoonlijke gegevens worden aangemerkt. In haar uitspraak van 25 april 2000, in zaak no. 200000651/01 (AB 2000/210) heeft de Afdeling het doorhalen van dergelijke gegevens gerechtvaardigd geacht. Daargelaten of het verzoek van appellant wel een bestuurlijke aangelegenheid in de zin van de Wob betreft, heeft de rechtbank gelet op het vorenstaande terecht geen aanleiding gezien om te concluderen dat het college niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten dat het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob genoemde belang. Het betoog van appellant dat het college de namen en privé-adressen van de commissieleden meerdere malen openbaar heeft gemaakt en dat de bescherming van de privacy van de commissieleden dan ook niet meer als grond voor weigering van de verzochte gegevens kan worden tegengeworpen, doet daaraan niet af. Met de rechtbank moet worden geoordeeld dat voldoende aannemelijk is dat de eerdere publicatie op een vergissing berustte. Het college was niet gehouden in die vergissing te volharden.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, Voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. J.E.M. Polak, Leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. de Leeuw-van Zanten, ambtenaar van Staat.

w.g. Parkins-de Vin w.g. De Leeuw-van Zanten

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 1 oktober 2003

97-402.