Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AI1434

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-08-2003
Datum publicatie
26-08-2003
Zaaknummer
200304694/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 november 2000, kenmerk 406656, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan verzoekster een vergunning verleend voor het uitbreiden van haar inrichting met een spuit- en straalloods.

Bij uitspraak van 27 november 2002, nummer 200100106/2, heeft de Afdeling dit besluit vernietigd.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 3:28
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JB 2003/285
JOM 2006/962
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200304694/2.

Datum uitspraak: 19 augustus 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekster], gevestigd te [plaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Schiedam,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 27 november 2000, kenmerk 406656, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan verzoekster een vergunning verleend voor het uitbreiden van haar inrichting met een spuit- en straalloods.

Bij uitspraak van 27 november 2002, nummer 200100106/2, heeft de Afdeling dit besluit vernietigd.

Tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit op haar vergunningaanvraag heeft verzoekster bij brief van 16 juli 2003, bij de Raad van State ingekomen op 17 juli 2003, beroep ingesteld.

Bij brief van 16 juli 2003, bij de Raad van State ingekomen op 17 juli 2003, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 juli 2003, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. Th. A.G. Vermeulen, advocaat te Rosmalen, en bijgestaan door [gemachtigde] en [gemachtigde], en verweerder, vertegenwoordigd door L.F. van het Hoofd, C.J. Siemons en F.A.A. van der Lans, allen ambtenaar bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is [derde-belanghebbende], daar gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. De Voorzitter overweegt dat uit het systeem van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de wet) volgt dat in dit geval aan de hand van artikel 3:28 van de wet moet worden geoordeeld binnen welke termijn verweerder een nieuw besluit op de vergunningaanvraag van verzoekster moet nemen.

2.3. In artikel 3:28 van de wet is bepaald dat het bestuursorgaan een besluit op de aanvraag zo spoedig mogelijk dient te nemen doch – tenzij toepassing is gegeven aan artikel 3:29– uiterlijk zes maanden na ontvangst van de aanvraag.

In artikel 3:29 van de wet is, voorzover hier relevant, bepaald dat het bestuursorgaan de voornoemde termijn binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag met een redelijke termijn kan verlengen.

2.4. Voor de berekening van de beslistermijn moet in het onderhavige geval worden uitgegaan van de datum van verzending van de bovengenoemde uitspraak van de Afdeling, te weten 27 november 2002. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat verweerder heeft nagelaten binnen zes maanden na die datum opnieuw op de vergunningaanvraag te beslissen. Verder is niet gebleken dat verweerder de beslistermijn met toepassing van artikel 3:29 heeft verlengd. Verweerder heeft dan ook niet tijdig een besluit genomen. Naar verwachting zal het beroep van verzoekster dan ook gegrond worden verklaard. Gelet hierop ziet de Voorzitter voldoende grond voor toewijzing van het verzoek.

2.5. Gelet op het vorenstaande ziet de Voorzitter voldoende aanleiding het ingevolge artikel 6:2 van de wet voor toepassing van wettelijke voorschriften over beroep met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit te schorsen en verweerder op te dragen op de hierna in het dictum genoemde wijze een nieuw besluit op de vergunningaanvraag van verzoekster te nemen.

2.6. Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;

II. draagt het college van burgemeester en wethouders van Schiedam op binnen 13 weken na de verzending van deze uitspraak met inachtneming daarvan een nieuw besluit op de vergunningaanvraag van verzoekster te nemen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken.

III. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Schiedam in de door verzoekster in verband met de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 429,33, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Schiedam te worden betaald aan verzoekster;

IV. gelast dat de gemeente Schiedam aan verzoekster het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 232,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, ambtenaar van Staat.

w.g. Brink w.g. Van der Maesen de Sombreff

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2003

191-404.