Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AI1055

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-08-2003
Datum publicatie
12-08-2003
Zaaknummer
200304011/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 mei 2003, kenmerk 2002/17602, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [vergunninghoudster] een vergunning verleend voor het veranderen van een hondenpension en veehouderij op het perceel [locatie], kadastraal bekend gemeente […], sectie […], nummer […].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200304011/2.

Datum uitspraak: 6 augustus 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats], en anderen,

en

het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 mei 2003, kenmerk 2002/17602, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [vergunninghoudster] een vergunning verleend voor het veranderen van een hondenpension en veehouderij op het perceel [locatie], kadastraal bekend gemeente […], sectie […], nummer […].

Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 22 mei 2003, bij de Raad van State ingekomen op 23 juni 2003, beroep ingesteld.

Bij deze brief hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 juli 2003, waar verzoekers, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en verweerder, vertegenwoordigd door mr. H.G.J. Wijten en K. Mohammadi, ambtenaren van de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is daar gehoord als partij vergunninghoudster, verschenen in persoon en bijgestaan door mr. M.B.Ph. Geeraedts, advocaat te Den Bosch, en [gemachtigde].

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Ter zitting hebben verzoekers te kennen gegeven dat hun belang bij het treffen van een voorlopige voorziening erin is gelegen dat na het onherroepelijk worden van het bestreden besluit een onomkeerbare situatie ontstaat.

2.3. Gelet op artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, kan een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. De Voorzitter is van oordeel dat in hetgeen van de zijde van verzoekers ter zitting is opgemerkt geen spoedeisend belang is gelegen een voorlopige voorziening te treffen. Hij neemt hierbij in aanmerking dat onbetwist is dat de inrichting inclusief het hondenpension reeds sinds geruime tijd in werking is. Vanwege het ontbreken van een spoedeisend belang kan het verzoek om een voorlopige voorziening daarom niet voor inwilliging in aanmerking komen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.A. de Vink, ambtenaar van Staat.

w.g. Brink w.g. De Vink

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2003

154-396.