Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AI0785

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-08-2003
Datum publicatie
06-08-2003
Zaaknummer
200301153/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij brief van 8 januari 2002 heeft de burgemeester van Eindhoven (hierna: de burgemeester) appellant een waarschuwing gegeven wegens overtreding van de geldende beleidscriteria ten aanzien van de exploitatie van coffeeshops.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2004, 30 met annotatie van F.R. Vermeer
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200301153/1.

Datum uitspraak: 6 augustus 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats]

tegen de uitspraak van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 20 januari 2003 in het geding tussen:

appellant

en

de burgemeester van Eindhoven.

1. Procesverloop

Bij brief van 8 januari 2002 heeft de burgemeester van Eindhoven (hierna: de burgemeester) appellant een waarschuwing gegeven wegens overtreding van de geldende beleidscriteria ten aanzien van de exploitatie van coffeeshops.

Bij besluit van 28 mei 2002 heeft de burgemeester het daartegen door appellant gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 20 januari 2003, verzonden op 21 januari 2003, heeft de rechtbank te 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 februari 2003, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 28 maart 2003 heeft de burgemeester van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 juli 2003, waar appellant in persoon, bijgestaan door mr. P.J.A. van de Laar, advocaat te Eindhoven, en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. M.C.H.G. Schavemaker, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het hoger beroep van appellant richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat de brief van 8 januari 2002 niet op rechtsgevolg is gericht en dat die brief derhalve niet als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan worden aangemerkt. Appellant heeft in dit verband gesteld dat de brief van 8 januari 2002 als een besluit dient te worden aangemerkt aangezien de waarschuwing leidt tot een wijziging van zijn rechten en plichten, omdat bij een tweede overtreding direct tot sluiting van zijn coffeeshop wordt overgegaan. Voorts heeft hij aangevoerd dat door het missen van een mogelijkheid om bezwaar te maken de eerste overtreding in rechte komt vast te staan zonder de mogelijkheid om die waarschuwing aan te vechten.

2.2. Het betoog van appellant faalt. De rechtbank heeft terecht en op goede gronden geoordeeld dat uit paragraaf 11.2 van het Horecastappenplan niet zonder meer voortvloeit dat een tweede overtreding tot daadwerkelijke sluiting voor de duur van 26 weken dient te leiden. Zoals ook uit deze paragraaf blijkt, gaat het bij een tweede overtreding om een voorstel van de dienst BO/JB aan het bevoegd gezag om de inrichting te sluiten. Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van de burgemeester desgevraagd nader toegelicht dat tijdens de procedure die volgt op een tweede overtreding alle feiten en omstandigheden die hebben geleid tot de waarschuwing volledig aan de orde kunnen en moeten komen. De rechtbank heeft dan ook terecht en op goede gronden geoordeeld dat de brief van 8 januari 2002 niet op rechtsgevolg is gericht en dat die brief derhalve niet als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan worden aangemerkt.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Voorzitter, en mr. J.A.M. van Angeren en mr. E.A. Alkema, Leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Zwemstra

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2003

91-395.