Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AH9078

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-06-2003
Datum publicatie
02-07-2003
Zaaknummer
200303259/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 april 2003, kenmerk 530 03 02, heeft verweerder een melding als bedoeld in artikel 8.19, tweede lid, van de Wet milieubeheer geaccepteerd inzake het door de [vergunninghoudster] vervangen van een bestaande lasersnijmachine door een nieuw exemplaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200303259/1.

Datum uitspraak: 24 juni 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Zoeterwoude,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 8 april 2003, kenmerk 530 03 02, heeft verweerder een melding als bedoeld in artikel 8.19, tweede lid, van de Wet milieubeheer geaccepteerd inzake het door de [vergunninghoudster] vervangen van een bestaande lasersnijmachine door een nieuw exemplaar.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt.

Bij brief van 21 mei 2003, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 17 juni 2003, waar verzoeker, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en verweerder, vertegenwoordigd door [gemachtigde], zijn verschenen.

Voorts is vergunninghoudster, vertegenwoordigd door [gemachtigden], daar gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 8.19, tweede lid, van de Wet milieubeheer geldt, onder de in dat lid bepaalde voorwaarden, een voor een inrichting verleende vergunning tevens voor veranderingen van de inrichting of van de werking daarvan die niet in overeenstemming zijn met de voor de inrichting verleende vergunning of de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften, maar die niet leiden tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan die de inrichting ingevolge de vergunning en de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften mag veroorzaken.

2.2. Verzoeker vreest geluid- en trillinghinder vanwege de nieuwe lasermachine. Hij stelt in dit verband dat verweerder niet kan concluderen dat de melding niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan reeds vergund, omdat verweerder de vanwege de inrichting reeds bestaande hinder niet bij zijn beoordeling heeft betrokken. Bovendien blijkt niet uit de stukken dat de voor de melding reeds bestaande hinder zal worden weggenomen. Gelet op de al jaren bestaande overlast vanwege de

inrichting zou volgens verzoeker niet met een melding mogen worden volstaan, maar zou het aanvragen van een nieuwe vergunning moeten worden verlangd.

2.3. De Voorzitter overweegt als volgt. Aan de op 13 december 1994 verleende vergunning zijn voorschriften verbonden ter beperking van geluid- en trillinghinder. In de op 18 maart 1997 verleende veranderingsvergunning zijn deze voorschriften van overeenkomstige toepassing verklaard. Voor zijn conclusie dat het vervangen van de bestaande lasersnijmachine door een nieuw exemplaar niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan vergund, heeft verweerder zich gebaseerd op door vergunninghoudster ingediende stukken. De Voorzitter ziet geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder niet van de juistheid van die stukken heeft kunnen uitgaan. Uit die stukken blijkt onder meer dat de geluidbelasting van de nieuwe machine binnen de vergunde grenswaarden valt. Gelet op het bovenstaande ziet de Voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder de melding ten onrechte heeft geaccepteerd.

Voorzover het betoog van verzoeker betrekking heeft op de reeds voor de melding bestaande geluid- en trillinghinder vanwege de inrichting overweegt de Voorzitter dat dit geen betrekking heeft op de rechtmatigheid van het ter beoordeling bestaande besluit en om die reden niet kan slagen. De Algemene wet bestuursrecht voorziet overigens in de mogelijkheid tot het treffen van maatregelen die strekken tot het afdwingen van de naleving van de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden.

2.4. Gelet op het vorenstaande wijst de Voorzitter het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.G.P. Oudenaller, ambtenaar van Staat.

w.g. Hammerstein-Schoonderwoerd w.g. Oudenaller

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2003

179-415.