Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AH9038

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-07-2003
Datum publicatie
02-07-2003
Zaaknummer
200206457/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 februari 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn (hierna: het college) aan [vergunninghouder] bouwvergunning verleend voor het oprichten van drie dakopbouwen op de woningen aan het [locatie] te Alphen aan den Rijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200206457/1.

Datum uitspraak: 2 juli 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant] e.a., wonend te [woonplaats]

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag van 24 oktober 2002 in het geding tussen:

appellanten

en

het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn.

1. Procesverloop

Bij besluit van 8 februari 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn (hierna: het college) aan [vergunninghouder] bouwvergunning verleend voor het oprichten van drie dakopbouwen op de woningen aan het [locatie] te Alphen aan den Rijn.

Bij besluit van 29 mei 2002 heeft het college het daartegen door appellanten gemaakte bezwaar gedeeltelijk niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 24 oktober 2002, verzonden op 1 november 2002, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag (hierna: de voorzieningenrechter), voorzover thans van belang, het daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard, voorzover ingesteld door anderen dan [appellant], en voor het overige ongegrond. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 5 december 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 13 februari 2003 heeft het college van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 juni 2003, waar namens appellanten [appellant], en het college, vertegenwoordigd door mr. E.J. Zorgdrager en mr. A.J. Braxhoven, ambtenaren van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar de vergunninghouder gehoord.

2. Overwegingen

2.1. De rechtbank heeft [appellant] bij brief van 12 juli 2002 in de gelegenheid gesteld om binnen de beroepstermijn de machtigingen over te leggen van degenen, voor wie hij stelt beroep in te stellen. Nu hieraan niet tijdig gevolg is gegeven, heeft de voorzieningenrechter de anderen dan [appellant] terecht niet-ontvankelijk verklaard.

2.2. Het betoog van [appellant] in hoger beroep komt neer op een herhaling van hetgeen hij in beroep bij de rechtbank aangevoerd. Gesteld noch gebleken is evenwel dat zich een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 44 van de Woningwet, voordoet. Gelet hierop, stond het college niet vrij de bouwvergunning te weigeren. Aan de argumenten van [appellant] kan niet de betekenis worden toegekend die hij daaraan gehecht wil zien. De rechtbank heeft het beroep terecht ongegrond verklaard.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Lodder

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2003

17-406.