Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AH8646

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-06-2003
Datum publicatie
25-06-2003
Zaaknummer
200300006/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 5 februari 2002 heeft verweerder een melding krachtens artikel 8.19, tweede lid, van de Wet milieubeheer voor een verandering van het Loonbedrijf [vergunninghouder] op het perceel [locatie] te [plaats] geaccepteerd.

Bij besluit van 28 november 2002, verzonden op diezelfde dag, heeft verweerder het daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200300006/1.

Datum uitspraak: 25 juni 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 5 februari 2002 heeft verweerder een melding krachtens artikel 8.19, tweede lid, van de Wet milieubeheer voor een verandering van het Loonbedrijf [vergunninghouder] op het perceel [locatie] te [plaats] geaccepteerd.

Bij besluit van 28 november 2002, verzonden op diezelfde dag, heeft verweerder het daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen dit besluit heeft appellant bij brief van 23 december 2002, bij de Raad van State ingekomen op 31 december 2002, beroep ingesteld.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 juni 2003, waar appellant, vertegenwoordigd door [gemachtigde], is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Verweerder stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat bij brief van 27 september 2002 het primaire besluit is ingetrokken en derhalve het daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk is.

2.2. Appellant stelt zich in beroep onder meer op het standpunt dat de brief van 27 september 2002 geen besluit tot intrekking van het primaire besluit is en mitsdien het primaire besluit nog van kracht is. Verweerder heeft het bezwaar aldus ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.

2.3. Ingevolge artikel 7:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) vindt, indien het bezwaar ontvankelijk is, op grondslag daarvan een heroverweging van het bestreden besluit plaats.

2.4. De Afdeling stelt vast dat verweerder in de brief van 27 september 2002 aan appellant mededeelt dat het Loonbedrijf [vergunninghouder] sinds 1 oktober 2000 van rechtswege valt onder de werkingssfeer van het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer en dat hij mitsdien de melding voor de verandering van het loonbedrijf niet had mogen accepteren. Dit betreft derhalve geen besluit tot intrekking van het primaire besluit.

Nu het primaire besluit niet is ingetrokken, heeft verweerder het daartegen gemaakte bezwaar ten onrechte op deze grond niet-ontvankelijk verklaard. Ten onrechte is verweerder niet overgegaan tot een heroverweging van het primaire besluit. Het bestreden besluit is in strijd met artikel 7:11, eerste lid, van de Awb en dient te worden vernietigd. Het beroep is derhalve gegrond.

2.5. Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende van 28 november 2002;

III. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende in de door appellant in verband met de behandeling van het beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van

€ 644,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Heeze-Leende te worden betaald aan appellant;

IV. gelast dat de gemeente Heeze-Leende aan appellant het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht (€ 109,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. H. Beekhuis, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van Staat.

w.g. Beekhuis w.g. Van Hardeveld

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2003

312-431.