Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AG1657

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-06-2003
Datum publicatie
18-06-2003
Zaaknummer
200206704/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 juli 2002 heeft verweerder een aanvraag van appellante om verlening van een tegemoetkoming krachtens de Subsidieregeling milieugerichte technologie 2002 (hierna: de Regeling) ten behoeve van haar project “Italvel Day” niet in behandeling genomen.

Bij besluit van 4 november 2002 heeft verweerder het hiertegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200206704/1.

Datum uitspraak: 18 juni 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Ampals B.V.", gevestigd te Amstelveen,

appellante,

en

de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 26 juli 2002 heeft verweerder een aanvraag van appellante om verlening van een tegemoetkoming krachtens de Subsidieregeling milieugerichte technologie 2002 (hierna: de Regeling) ten behoeve van haar project “Italvel Day” niet in behandeling genomen.

Bij besluit van 4 november 2002 heeft verweerder het hiertegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft appellante bij faxbericht, bij de Raad van State ingekomen op 11 december 2002, beroep ingesteld.

Bij brief van 18 februari 2003 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 mei 2003, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. K. Pals, haar directeur, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. Y.M.E. Liedekerken, werkzaam bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu B.V. (hierna: de Novem), zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1.1. Ingevolge artikel 15.13, eerste lid, van de Wet Milieubeheer (hierna: de Wet) kan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu voor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling aangewezen activiteiten op het gebied van milieubeheer subsidie verstrekken.

Ingevolge het tweede lid, onder d, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling in ieder geval regels worden gesteld omtrent de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover.

2.1.2. Ingevolge artikel 11, tweede lid, van het Besluit Milieusubsidies, voorzover thans van belang, worden bij de aanvraag tot subsidieverlening tenminste de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

a. een overzicht van de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd; (…)

2.1.3. Ingevolge artikel 10b, vijftiende lid, van de Regeling, voorzover thans van belang, worden aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling ingediend bij de Novem, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier.

2.1.4. Op 28 februari 2002 heeft verweerder het “Mandaatbesluit Novem Subsidieregeling milieugerichte technologie 2002" (Stcrt. 2001, 250) vastgesteld. Krachtens dit besluit heeft de Minister aan bepaalde functionarissen van de Novem mandaat verleend tot het nemen van besluiten, als thans aan de orde.

2.2. Op 19 juni 2002 heeft appellante een aanvraag ingediend bij de Novem voor verlening van subsidie krachtens het van de Subsidieregeling milieugerichte technologie 2002 deel uitmakende programma Demonstratieprojecten Mobiele bronnen 2002 ten behoeve van haar project “Italvel Day”. Dit project voorziet in de marktintroductie van een elektrische scooter.

2.3. In bezwaar heeft verweerder de weigering om de aanvraag in behandeling te nemen gehandhaafd, omdat appellante, hoewel haar verzocht is deze aan te vullen, tenslotte onvoldoende gegevens en bescheiden heeft geproduceerd om de aanvraag te kunnen beoordelen en een beschikking daarop te kunnen voorbereiden.

2.4. Niet in geschil is dat geen antwoord is gegeven op onderdeel 6 van het aanvraagformulier. Weliswaar is op enig moment een bedrijfsplan verzonden, doch dat bevat geen projectbeschrijving, als daar bedoeld. Voorts bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder beantwoording van onderdeel 6 van het aanvraagformulier ten onrechte van belang heeft geacht voor de beoordeling van de aanvraag. Onder die omstandigheid bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder ten onrechte toepassing heeft gegeven aan artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, zoals hij heeft gedaan.

2.5. Het beroep is ongegrond.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling zijn geen termen.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L. Groenendijk, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Groenendijk

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2003

164-408