Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AF9857

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-06-2003
Datum publicatie
11-06-2003
Zaaknummer
200204763/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Gst. 2004, 171

Uitspraak

200204763/1.

Datum uitspraak: 11 juni 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant sub 1], wonend te [woonplaats],

en de [appellant sub 2], gevestigd te [plaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank te Haarlem van 5 augustus 2002 in de gedingen tussen:

appellanten

en

de burgemeester van Haarlemmermeer.

1. Procesverloop

Bij besluit van 4 mei 2001 heeft de burgemeester van Haarlemmermeer (hierna: de burgemeester) de aanvraag van appellanten om een exploitatievergunning voor het prostitutiebedrijf “Schiphol Love Club” aan de Aalsmeerderdijk 51 te Oude Meer (relaxclub met horeca) met openingstijden van maandag tot en met vrijdag, toegewezen, en de aanvraag om een exploitatievergunning, voorzover daarbij tevens is voorzien in openstelling op zaterdag en het gebruik van het perceel als parenclub/ erotisch café, afgewezen.

Bij besluit van 15 oktober 2001 heeft de burgemeester het daartegen door appellanten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 5 augustus 2002, verzonden op 12 augustus 2002, heeft de rechtbank te Haarlem (hierna: de rechtbank) de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 augustus 2002, hoger beroep ingesteld. Appellanten hebben hun hoger beroep aangevuld bij brieven van 27 september 2002 en 26 november 2002. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 2 december 2002 heeft de burgemeester van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 april 2003, waar J.L. van Dijk-van Wintershoven in persoon, bijgestaan door mr. A.M. Vreeswijk, advocaat te Hilversum, [appellant sub 2], eveneens vertegenwoordigd door mr. A.M. Vreeswijk, en de burgemeester, vertegenwoordigd door T.H. van Donge, ambtenaar bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is verschenen [bedrijfsleider] van de Schiphol Love Club.

2. Overwegingen

2.1.1. In artikel 70c, eerste lid, van de APV van Haarlemmermeer, is bepaald dat het verboden is een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.

Ingevolge artikel 70k, eerste lid, aanhef en onder b, van de APV, voorzover hier van belang, wordt de vergunning geweigerd, indien de vestiging van de seksinrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan.

2.1.2. Op het betrokken perceel rusten ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Schiphol Zuidoost” (hierna: het bestemmingsplan), de bestemmingen “wonen” en “tuinen en erven”.

Ingevolge artikel 24 van de bij het bestemmingsplan behorende voorschriften is het verboden gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de bestemming neergelegd in het bestemmingsplan.

Ingevolge artikel 26, eerste lid, van de bij het bestemmingsplan behorende voorschriften mogen gronden en bouwwerken, welke op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan op andere wijze in gebruik zijn dan in dit plan is bepaald, als zodanig in gebruik blijven. Het is verboden het afwijkende gebruik naar aard of omvang te vergroten.

2.2. Met het betoog van appellanten dat de burgemeester onbevoegd is de exploitatie te toetsen aan het bestemmingsplan, aangezien dit is voorbehouden aan het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college), kan niet worden ingestemd. Naar het oordeel van de Afdeling laat toepassing van artikel 70k, eerste lid, aanhef en onder b, van het bestemmingsplan de bevoegdheid van het college ter zake van de toepassing van het geldende bestemmingsplan onverlet.

2.3. Vast staat dat het gebruik van het onderhavige perceel in de door appellanten gewenste zin strijdig is met artikel 24 voornoemd, maar dat de Schiphol Love Club reeds ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan op 10 juli 1990 ter plaatse als prostitutiebedrijf actief was.

Na even bedoeld tijdstip zijn de activiteiten van de Schiphol Love Club gewijzigd in die zin dat het perceel is gebruikt als parenclub en erotisch café (in plaats van gebruik als relaxclub), alsmede in die zin dat deze club ook op zaterdag werd opengesteld.

De rechtbank heeft het standpunt van de burgemeester aanvaard, dat de uitbreiding van de activiteiten met een parenclub en een erotisch café, alsmede de openstelling op zaterdag vergroting betekenen van de afwijking van het gebruik overeenkomstig het bestemmingsplan.

2.4. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank terecht en op goede gronden de uitbreiding van de openstelling van de Schiphol Love Club met de zaterdag als een met artikel 26, eerste lid, van de bij het bestemmingsplan behorende voorschriften strijdige vergroting van de omvang van het afwijkende gebruik aangemerkt. Het daartegen gerichte betoog van appellanten slaagt dan ook niet.

2.5. Wat het gebruik van het perceel als parenclub en erotisch café betreft, hebben appellanten – kort samengevat – aangevoerd dat het aantal bezoekers van de relaxclub niet veel verschilt met het aantal bezoekers dat de parenclub-avonden bezoekt en dat de ruimtelijke uitstraling niet wezenlijk anders is op avonden dat de Schiphol Love Club als parenclub en erotisch café wordt gebruikt dan op avonden dat deze als relaxclub wordt gebruikt.

2.5.1. De rechtbank is – evenals de burgemeester – van oordeel dat de Schiphol Love Club op avonden dat deze als parenclub wordt gebruikt, een groter aantal bezoekers trekt en een andere ruimtelijke uitstraling heeft, welke veranderde uitstraling moet worden aangemerkt als een vergroting van de afwijkende aard van het gebruik ten opzichte van de bestemming. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat op de avonden dat gebruik als relaxclub plaatsvindt, sprake is van een relatief beperkt aantal mannen dat – al dan niet na gebruik van enige drank – één van de drie of vier prostituees bezoekt, terwijl op avonden waarop het perceel wordt gebruikt als parenclub sprake is van een gemengd en drinkend publiek bestaande uit twintig tot dertig personen die elkaar uitnodigen tot seksuele handelingen.

2.5.2. De Afdeling is van oordeel dat in de beslissing op bezwaar noch in de uitspraak van de rechtbank afdoende weerlegging van het betoog van appellanten te vinden is. De beslissing op bezwaar berust niet op een wijze van berekening als door de rechtbank gehanteerd, terwijl door appellanten gemotiveerd is betoogd dat op de avonden bestemd voor parenclub met erotisch café een nagenoeg zelfde aantal bezoekers in de Schiphol Love Club aanwezig is als op de avonden waarop het perceel in gebruik is als relaxclub, terwijl het aantal aan en af rijdende auto’s juist lager ligt. Zonder deugdelijke onderbouwing valt niet in te zien dat het standpunt van de burgemeester juist is, dat bij gebruik als parenclub sprake is van een andere ruimtelijke uitstraling van het perceel dan bij gebruik als relaxclub. Derhalve kan de beslissing op bezwaar niet worden gedragen door de motivering die daaraan ten grondslag is gelegd, zodat deze strijdig is met artikel 7:12 van de Awb.

2.6. De Afdeling merkt overigens nog op dat de stelling van appellanten, dat de burgemeester door niet handhavend op te treden het vertrouwen heeft gewekt dat hij de gevraagde vergunning zou verlenen, niet kan slagen. De rechtbank heeft terecht overwogen dat uit de bewoordingen van artikel 70k, eerste lid, van de APV volgt dat de burgemeester de vergunning moet weigeren, indien één van de onder a tot en met c genoemde weigeringsgronden zich voordoet.

Voor een afweging van belangen bestaat derhalve geen ruimte, nog daargelaten dat van optreden tegen het feitelijk bestaande gebruik thans geen sprake is.

2.7. Gelet op het vorenstaande is het hoger beroep gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling de beslissing op bezwaar vernietigen. De burgemeester dient met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen.

2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat aanleiding op na te melden wijze.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank te Haarlem van 5 augustus 2002, reg. nr. 01/1573 en 01/1711;

III. verklaart de bij de rechtbank ingestelde beroepen gegrond;

IV. vernietigt het besluit van de burgemeester van Haarlemmermeer van 15 oktober 2001, kenmerk I-01.150937;

V. veroordeelt de burgemeester van Haarlemmermeer in de door appellanten in verband met de behandeling van de beroepen en het hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 1304,05, waarvan een gedeelte groot € 1288,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het totale bedrag dient door de gemeente Haarlemmermeer te worden betaald aan appellanten;

VI. gelast dat de gemeente Haarlemmermeer aan appellanten het door haar voor de behandeling van de beroepen en het hoger beroep betaalde griffierecht (€ 633,30) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. P.J. Boukema, Voorzitter, en mr. E.A. Alkema en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van Staat.

w.g. Matulewicz w.g. Boukema

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2003

45-426.