Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AF9847

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-06-2003
Datum publicatie
11-06-2003
Zaaknummer
200205714/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200205714/1.

Datum uitspraak:11 juni 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

Stichting Woningbeheer Noord-Nederland en [appellant], gevestigd respectievelijk wonend te [plaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank te Leeuwarden van 25 september 2002 in het geding tussen:

appellanten

en

het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 november 1999 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf (hierna: het college) appellanten, voorzover hier van belang, onder oplegging van een dwangsom aangeschreven twee van de drie caravans op het perceel [locatie] te [plaats] binnen twee weken te verwijderen.

Bij besluit van 7 april 2000 heeft het college het daartegen door appellanten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard, de dwangsomaanschrijving, voorzover hier van belang, met ingang van 7 april 2000 ingetrokken en vervangen door een bestuursdwangaanzegging.

Bij uitspraak van 25 september 2002, verzonden op 27 september 2002, heeft de rechtbank te Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellanten ingestelde beroep, voorzover dit is gericht tegen de intrekking van de aanschrijving van 22 november 1999 en tegen de aanzegging tot bestuursdwang, niet-ontvankelijk verklaard en, voorzover dit is gericht tegen de handhaving van de last tot verwijdering van de twee caravans, onder oplegging van een dwangsom, tot uiterlijk 7 april 2000, ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 24 oktober 2002, bij de Raad van State ingekomen op 28 oktober 2002, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 21 november 2002. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 23 januari 2003 heeft het college een memorie van antwoord ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 31 maart 2003, waar appellanten, bij monde van [appellant], bijgestaan door mr. W.J.Th. Bustin, advocaat te Leeuwarden, en het college, vertegenwoordigd door mr. H.J.W. van Wijk, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Aan de dwangsomoplegging ligt overtreding van artikel 4, veertiende lid, aanhef en onder a, van de planvoorschriften van het bestemmingsplan “Buitengebied” ten grondslag. Ingevolge dit artikel is het verboden de betreffende gronden te gebruiken als standplaats voor een caravan.

2.2. Appellant betoogt primair dat voormelde bepaling niet wordt overtreden en subsidiair dat daarvoor vrijstelling kan worden verleend.

Die betogen falen. Uit de uitspraak van de Afdeling van 14 december 2000, zaak nr. 200000373/1, volgt reeds dat de betrokken caravans in strijd met voormeld planvoorschrift aanwezig waren en dat daarvoor geen vrijstelling kon worden verleend. In aanmerking genomen dat sedertdien van veranderde omstandigheden niet is gebleken, bestaat er geen grond om daar thans anders over te oordelen.

2.3. Eerst in hoger beroep hebben appellanten aangevoerd dat niet duidelijk is wie in het primaire besluit en de beslissing op bezwaar als overtreder wordt aangemerkt. Wat er ook van dat betoog zij, de Afdeling gaat daarop niet in, omdat het in strijd met de goede procesorde wordt geoordeeld om eerst in hoger beroep een grond aan te voeren die eerder had kunnen worden aangevoerd. Van omstandigheden die het verontschuldigbaar maakten dat deze grond niet eerder is aangevoerd, is niet gebleken.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C. de Gooijer, Voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. J.E.M. Polak, Leden, in tegenwoordigheid van mr. D. Haan, ambtenaar van Staat.

De Voorzitter is verhinderd w.g. Haan

de uitspraak te ondertekenen. ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2003

27-429.