Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AF9485

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-06-2003
Datum publicatie
04-06-2003
Zaaknummer
200206743/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200206743/1.

Datum uitspraak: 4 juni 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzoek ex artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht van:

[verzoekster], wonend te [woonplaats],

om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 24 april 2002, in de zaak no. 200102676/1.

1. Procesverloop

Bij uitspraak van 24 april 2002, in de zaak no. 200102676/1, heeft de Afdeling de aangevallen uitspraak van de rechtbank te Utrecht van 19 april 2001 bevestigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Bij brief van 17 december 2002 heeft verzoekster de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Deze brief alsmede de brieven waarin dit verzoek nader is toegelicht zijn aangehecht.

Bij brief van 3 maart 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarn een memorie van antwoord ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 mei 2003, waar verzoekster in persoon, en het college, vertegenwoordigd door

mr. H.F.M. Duinman, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben geleid.

2.2. Verzoekster heeft betoogd dat de besluitvorming die heeft geleid tot de verlening van een wijzigingsvergunning aan [vergunninghouder] niet correct is verlopen en met name dat er stukken zijn achtergehouden, verwijderd of vernietigd. Dit betoog kan niet slagen. In de stukken en tijdens de zitting is van de zijde van het college gemotiveerd aangegeven dat de stukken waar verzoekster in dit verband op doelt, namelijk een rapportage en/of verslag van de Provinciale Utrechtse Welstandscommissie, dat zou behoren bij de handtekening en stempel van die commissie van 14 juli 1999 op de revisietekening die behoort bij de bij besluit van 12 mei 2000 verleende wijzigingsvergunning, en een gespreksverslag tussen [vergunninghouder] en een bepaalde gemeenteambtenaar, er niet zijn. Verzoekster heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. Reeds op grond van het vorenstaande moet worden geoordeeld dat door verzoekster geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht zijn aangedragen.

2.3. Het verzoek dient te worden afgewezen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.M Ouwehand, ambtenaar van Staat.

w.g. Lubberdink w.g. Ouwehand

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2003

224.