Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AF9222

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-05-2003
Datum publicatie
28-05-2003
Zaaknummer
200206478/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200206478/1.

Datum uitspraak: 28 mei 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank te Amsterdam van 22 november 2002 in het geding tussen:

appellante

en

de Staatssecretaris van Justitie.

1. Procesverloop

Bij besluit van 10 juli 2001 heeft de Staatssecretaris van Justitie (hierna: de Staatssecretaris) het verzoek van appellante om geslachtsnaamwijziging afgewezen.

Bij besluit van 11 oktober 2001 heeft de Staatssecretaris het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 22 november 2002, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te Amsterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 december 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 19 februari 2003 heeft de Staatssecretaris van antwoord gediend.

Bij brieven van 3 maart 2003 en 28 april 2003 heeft appellante nadere memories ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 mei 2003, waar appellante in persoon, en de Staatssecretaris, vertegenwoordigd door

J.L. Roozendaal, ambtenaar ten departemente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd komt louter neer op een herhaling van de door haar bij de rechtbank aangevoerde en door de rechtbank behandelde argumenten. De rechtbank heeft daarbij terecht en op goede gronden geoordeeld dat de Staatssecretaris een niet onjuiste toepassing heeft gegeven aan het Besluit houdende regels voor geslachtsnaamwijziging (Stbl. 1997, 463). In dit Besluit is een uitputtende opsomming gegeven van de omstandigheden waaronder en de gronden waarop tot geslachtsnaamwijziging wordt, dan wel kan worden overgegaan. Het verzoek van appellante voldoet hier niet aan.

2.2. Voorts heeft de rechtbank ten aanzien van het verzoek van appellante om een DNA-onderzoek met juistheid overwogen dat de Staatssecretaris in een procedure als onderhavige niet is gehouden dit verzoek in te willigen.

2.3. Voorzover appellante in hoger beroep stelt zich niet te kunnen verenigen met de inhoud van het proces-verbaal van de zitting bij de rechtbank, wordt overwogen dat niet aannemelijk is geworden dat dit niet een voldoende getrouwe zakelijke weergave bevat van hetgeen ter zitting van de rechtbank is voorgevallen. Het aangevoerde kan buitendien niet leiden tot het oordeel dat de aangevallen uitspraak niet in stand kan blijven.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink w.g. Zwemstra

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2003

91-421.