Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AF9218

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-05-2003
Datum publicatie
28-05-2003
Zaaknummer
200206301/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200206301/1.

Datum uitspraak: 28 mei 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 30 mei 2002, kenmerk MW2002.4761, heeft verweerder gedoogd dat de slibverwerkingsinstallatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "VARTECH BV", gelegen aan de [locatie] te [plaats], in werking is zonder de daarvoor vereiste vergunning krachtens de Wet milieubeheer.

Bij besluit van 5 november 2002, verzonden op 12 november 2002, heeft verweerder het hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft appellant bij brief van 23 november 2002, bij de Raad van State ingekomen op 26 november 2002, beroep ingesteld.

Bij brief van 20 januari 2003 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 mei 2003, waar appellant in persoon en verweerder, vertegenwoordigd door mr. T.M.W. Bot en ir. R.A.T. de Greef, beiden ambtenaar van de provincie, zijn verschenen.

Voorts is als partij gehoord vergunninghoudster, vertegenwoordigd door

ir. J.M. van der Knaap, gemachtigde.

2. Overwegingen

2.1. Het beroep van appellant richt zich tegen het bestreden besluit, waarbij zijn bezwaar tegen het gedoogbesluit van 30 mei 2002 ongegrond is verklaard. Het beroep van appellant heeft betrekking op de gestelde eisen met betrekking tot geur- en geluidhinder.

2.2. In het dictum van het gedoogbesluit van 30 mei 2002 is bepaald dat dat besluit geldt tot het moment van in werking treden van de vergunning krachtens de Wet milieubeheer doch uiterlijk tot 1 oktober 2002. Uit de stukken blijkt dat bij besluit van 3 september 2002 een vergunning krachtens de Wet milieubeheer is verleend voor de onderhavige inrichting. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat deze vergunning op 17 oktober 2002 in werking is getreden en onherroepelijk is geworden. Gelet op het vorenstaande kan worden vastgesteld dat het gedoogbesluit van 30 mei 2002 op 1 oktober 2002 is geƫxpireerd. Daarmee heeft het bestreden besluit, waarbij laatstgenoemd besluit is gehandhaafd, zijn betekenis verloren. Gelet hierop en nu ook overigens niet is gebleken dat appellant nog processueel belang heeft bij een oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit, dient het beroep niet ontvankelijk te worden verklaard.

2.3. Het beroep is niet-ontvankelijk.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.Ph.J.A.M. Hennekens, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, ambtenaar van Staat.

w.g. Hennekens w.g. Lap

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2003

288.