Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AF8002

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-04-2003
Datum publicatie
29-04-2003
Zaaknummer
200205604/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200205604/1.

Datum uitspraak: 29 april 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank te Almelo van 12 september 2002 in het geding tussen:

appellant

en

de burgemeester van Hengelo.

1. Procesverloop

Bij besluit van 20 september 2001 heeft de burgemeester van Hengelo (hierna: de burgemeester) de door appellant geëxploiteerde coffeeshop [naam] aan de [locatie] te [plaats] op grond van artikel 13b van de Opiumwet met ingang van 1 oktober 2001 voor een periode van dertien weken gesloten.

Bij besluit van 19 februari 2002 heeft de burgemeester het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 12 september 2002, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te Almelo (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 oktober 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 20 december 2002 heeft de burgemeester van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 april 2003, waar de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. M.S. van Dijk, ambtenaar van de gemeente, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet (oud) is de burgemeester bevoegd tot toepassing van bestuursdwang, indien in voor het publiek toegankelijke lokalen en daarbij behorende erven een middel als bedoeld in artikel 2 of 3 wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.

2.2. De - aan appellant bekend gemaakte - door de burgemeester vastgestelde beleidsregels ten aanzien van coffeeshops en het voeren van een gecoördineerd beleid tegen drugsoverlast in Hengelo zijn neergelegd in de “Richtlijnen inzake beleid ten aanzien van soft-drugs en coffeeshops”. Het beleid strekt er onder meer toe dat indien per transactie meer dan 5 gram soft-drugs wordt verkocht hierop met sluiting van de coffeeshop voor een periode van drie maanden in het belang van de openbare en gezondheid wordt gereageerd. Volgens evengenoemde richtlijnen wordt onder transactie verstaan alle koop en verkoop in één coffeeshop op eenzelfde dag met betrekking tot eenzelfde koper.

2.3. Appellant heeft tevergeefs betoogd dat de rechtbank heeft miskend dat de conclusie dat in voldoende mate vaststaat dat in één transactie een hoeveelheid van 300 gram softdrugs in de coffeeshop is gekocht niet is gebaseerd op zorgvuldig onderzoek. In het kader van deze procedure kan worden uitgegaan van het feitencomplex dat naar voren is gekomen uit de in de processen-verbaal van politie vastgelegde verklaringen van betrokkenen zoals de rechtbank dat ook heeft vastgesteld. Gelet daarop heeft de rechtbank terecht en op goede gronden geoordeeld dat de burgemeester in redelijkheid tot de in het gedoogbeleid neergelegde sanctie, namelijk sluiting van de coffeeshop voor dertien weken, kon overgaan. Voorts heeft de rechtbank met juistheid overwogen dat appellant geen bijzondere omstandigheden heeft gesteld die in redelijkheid tot een andere beslissing hadden moeten leiden. Ook de Afdeling is daarvan niet gebleken.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink w.g. Matulewicz

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2003

395.