Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AF6380

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-03-2003
Datum publicatie
26-03-2003
Zaaknummer
200203262/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200203262/1.

Datum uitspraak: 26 maart 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Overijssel,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 18 april 2002, kenmerk EMT/2001/3283, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [vergunninghoudster] een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een afvalstoffeninrichting op het perceel [locatie 1] te [plaats], kadastraal bekend gemeente Almelo. Dit besluit is op 3 mei 2002 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 13 juni 2002, bij de Raad van State ingekomen per telefaxbericht van 14 juni 2002, beroep ingesteld.

Bij brief van 1 augustus 2002 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 maart 2002, waar appellanten, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en verweerder, vertegenwoordigd door mr. D. van Grieken, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Appellanten hebben zich in het beroepschrift beperkt tot het verwijzen naar de tegen het ontwerp van het besluit ingebrachte bedenkingen. In de considerans van het bestreden besluit is verweerder ingegaan op deze bedenkingen. Appellanten hebben noch in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende bedenkingen in het bestreden besluit onjuist zou zijn. Ook voor het overige is niet gebleken dat die weerlegging van de bedenkingen onjuist zou zijn.

2.2. Het beroep is ongegrond.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, Voorzitter, en mr. H.Ph.J.A.M. Hennekens en mr. J.G.C. Wiebenga, Leden, in tegenwoordigheid van mr. C. Taal, ambtenaar van Staat.

w.g. Drupsteen w.g. Taal

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 maart 2003

325.