Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AF5593

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-03-2003
Datum publicatie
12-03-2003
Zaaknummer
200205245/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200205245/1.

Datum uitspraak: 12 maart 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank te

's-Hertogenbosch van 22 augustus 2002 in het geding tussen:

appellanten

en

het college van burgemeester en wethouders van Someren.

1. Procesverloop

Bij besluit van 16 maart 2001 heeft het college van burgemeester en wethouders van Someren (hierna: het college) appellanten gelast een serre op het perceel [locatie 1] te [plaats] binnen acht weken te verwijderen, onder oplegging van een dwangsom van ƒ 500,00 (€ 226,89) per week met een maximum van ƒ 7500,00 (€ 3403,35).

Bij besluit van 24 juni 2002 heeft het college het daartegen door appellanten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij mondelinge uitspraak van 22 augustus 2002, waarvan het proces-verbaal is verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Hertogenbosch (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door appellanten ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het proces-verbaal van deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 27 september 2002, bij de Raad van State ingekomen op 30 september 2002, hoger beroep ingesteld. Appellanten hebben hun hoger beroep aangevuld bij brief van 24 oktober 2002. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 2 december 2002 heeft het college een memorie van antwoord ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 februari 2003, waar appellanten in persoon, bijgestaan door mr. J.H. Rodenburg, gemachtigde, en het college, vertegenwoordigd door H.M.A. van der Linden, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Vaststaat dat de serre is gebouwd zonder de daartoe ingevolge artikel 40 van de Woningwet vereiste bouwvergunning. Het college was dan ook bevoegd tot het doen uitgaan van de dwangsomaanschrijving.

2.2. Alleen in bijzondere gevallen kan van het bestuursorgaan worden verlangd dat het afziet van handhavend optreden tegen de illegale situatie. Een bijzonder geval kan worden aangenomen indien concreet zicht bestaat op legalisering van de illegale situatie.

2.3. Bij uitspraak van heden inzake no. 200205241/1 heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank te ’s-Hertogenbosch van 22 augustus 2002 waarbij het ingestelde beroep tegen het in bezwaar gehandhaafde besluit van het college tot weigering van bouwvergunning voor deze serre ongegrond is verklaard, bevestigd. Daarmee staat vast dat geen concreet zicht bestaat op legalisering van de illegale situatie. Overigens is de serre, anders dan appellant aanvoert, reeds gelet op de diepte daarvan, niet een bouwwerk waarvoor ingevolge artikel 43, eerste lid, van de Woningwet zoals deze bepaling luidt met ingang van 1 januari 2003, in samenhang met het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken, geen bouwvergunning is vereist. Het voorgaande in aanmerking nemende faalt het betoog van appellanten dat de rechtbank heeft miskend dat het college in redelijkheid niet tot handhaving mocht overgaan.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een procekostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat.

w.g. Bijloos w.g. Lodder

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2003

17-412.