Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AF5038

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-02-2003
Datum publicatie
26-02-2003
Zaaknummer
200205304/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200205304/1.

Datum uitspraak: 26 februari 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzoek van

[verzoekster], gevestigd te [plaats],

om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 14 november 2001, in zaak no. 200005420/1.

1. Procesverloop

Bij uitspraak van 14 november 2001, in zaak no. 200005420/1, heeft de Afdeling het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Zwolle van 6 oktober 2000 vernietigd en het bij de rechtbank ingestelde beroep alsnog ongegrond verklaard. De uitspraak is aangehecht.

Bij brief van 2 oktober 2002 heeft verzoekster de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Deze brief is aangehecht.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 februari 2003, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. J.C. van Nie, advocaat te Almelo, en het college van burgemeester en wethouders van Raalte, vertegenwoordigd door P.B.M. Droste, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen. Daar is ook gehoord [partij], vertegenwoordigd door mr. J.C.M. van Roessel, advocaat te Rosmalen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2.2. Door verzoekster is gesteld dat de afmetingen van de strook grond die door haar ontruimd diende te worden in werkelijkheid anders zijn dan door de Afdeling is aangegeven in de uitspraak van 14 november 2001. Aangezien de strook grond in eigendom is bij verzoekster, zodat zij deswege op de hoogte kon zijn van de juiste afmetingen, en het dossier dat ten grondslag heeft gelegen aan bedoelde uitspraak uitdrukkelijk gegevens bevat over de (gestelde) afmetingen, waaronder de bij het besluit op bezwaar van 9 juni 1999 gevoegde situatieschets, is geen sprake van feiten en omstandigheden die haar vóór de uitspraak niet bekend waren dan wel redelijkerwijs bekend konden zijn als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb.

2.3. Het verzoek dient als ongegrond te worden afgewezen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Roelfsema, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Roelfsema

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2003

58-398.