Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AF5021

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-02-2003
Datum publicatie
26-02-2003
Zaaknummer
200204393/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2003, 153

Uitspraak

200204393/1.

Datum uitspraak: 26 februari 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Alkmaar van 25 juni 2002 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Heemstede.

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 september 2001 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heemstede (hierna: het college) appellant op straffe van een dwangsom gelast het balkonhek op de recent gerealiseerde uitbreiding bij de woning op het perceel [locatie] (hierna: het perceel) te verwijderen.

Bij besluit van 23 april 2002 heeft het college het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 25 juni 2002, verzonden op 2 juli 2002, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Alkmaar (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en bepaald dat het college binnen acht weken na de datum van verzending van de uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar dient te nemen met inachtneming van de uitspraak. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 9 augustus 2002, bij de Raad van State ingekomen op 12 augustus 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 28 oktober 2002 heeft het college van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 december 2002, waar appellant in persoon is verschenen.

Overwegingen

2.1. Op 10 september 2002 heeft het college ter uitvoering van de uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 juni 2002 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Daarbij heeft het zijn besluit van 24 september 2001 tot oplegging van de last onder dwangsom ingetrokken.

2.2. De Afdeling stelt vast dat met de intrekking van dit besluit de grondslag aan het geschil is ontvallen. Appellant heeft derhalve geen processueel belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van de uitspraak van de voorzieningenrechter. Dat hij een antwoord wil krijgen op de vraag of voor het hekwerk in zijn huidige vorm bouwvergunning kan worden verleend, is daarvoor onvoldoende. Appellant kan bij het college een bouwaanvraag indienen en tegen een eventueel afwijzend besluit rechtsmiddelen instellen. Een belang bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep kan voorts niet uitsluitend zijn gelegen in het verkrijgen van een veroordeling tot vergoeding van griffierecht.

2.3. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

2.4. De Afdeling ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:74, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht het college op te dragen aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden, nu de grond voor het niet-ontvankelijk zijn van het hoger beroep is gelegen in het feit dat het college aan de bezwaren van appellant geheel is tegemoet gekomen.

2.5. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

II. gelast dat de gemeente Heemstede aan appellant het door hem voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht (€ 165,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. P. van Dijk, Voorzitter, en mr. H. Troostwijk en mr. M.G.J. Parkins-de Vin, Leden, in tegenwoordigheid van mr. E.D. Boer, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Dijk w.g. Boer

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2003

201-422.