Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AF4764

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-02-2003
Datum publicatie
19-02-2003
Zaaknummer
200203225/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2006/857
AB 2003, 240
M en R 2003, 86K

Uitspraak

200203225/1.

Datum uitspraak: 19 februari 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te [plaats]

en

het college van burgemeester en wethouders van Axel,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 april 2002 heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [vergunninghouder] een vergunning verleend voor het veranderen van een garage en reinigingsinstallatie voor tankwagens, gelegen aan de [locatie] te Axel, kadastraal bekend gemeente Axel, sectie […], nummer […]. Dit besluit is op 1 mei 2002 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft appellante bij brief van 11 juni 2002, bij de Raad van State ingekomen op 12 juni 2002, beroep ingesteld.

Bij brief van 18 juli 2002 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 december 2002, waar appellante, vertegenwoordigd door [gemachtigden], en verweerder, vertegenwoordigd door mr. C.J. IJdema, advocaat te Middelburg, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Appellante heeft ter zitting haar beroep, voorzover dat betrekking heeft op het standpunt van verweerder dat voor het parkeren van geladen tankwagens op het terrein van de onderhavige inrichting een nieuwe vergunning krachtens de Wet milieubeheer dient te worden aangevraagd, ingetrokken.

2.2. Appellante stelt dat het bestreden besluit ten onrechte op naam is gesteld van [vergunninghouder]. Zij betoogt dat zij in haar brief van 27 maart 2002 heeft aangegeven dat de vergunning op naam moet staan van [appellante], omdat niet alle vergunde activiteiten door [vergunninghouder] worden uitgevoerd.

2.2.1. Verweerder stelt dat de tenaamstelling juist is, omdat [vergunninghouder], en niet de eigenaar van de inrichting [appellante], daadwerkelijk verantwoordelijk is voor de bedrijfsvoering.

2.2.2. Op 30 oktober 2001 heeft [appellante] de aanvraag om de onderhavige vergunning ingediend. Op 27 maart 2002 heeft appellante, naar aanleiding van een verzoek van verweerder van 25 maart 2002 om nadere informatie, aan verweerder onder meer meegedeeld dat [appellante] eigenaar en vergunninghouder is en in eerste instantie aanspreekbaar is voor het geheel. Voorts heeft appellante in deze brief gesteld dat de lopende aanvraag voor een veranderingsvergunning als gevolg van een foutje van de architect op naam van [appellante] staat en verzocht de tenaamstelling te wijzigen.

De brief van 27 maart 2002 dient te worden opgevat als een wijziging van de (tenaamstelling van de) aanvraag. Het betoog van verweerder dat in de brief niet wordt vermeld op wiens naam de tenaamstelling moet komen, kan de Afdeling niet volgen, nu hieruit blijkt dat [appellante] om het verlenen van de vergunning verzoekt, en derhalve als aanvraagster moet worden aangemerkt.

De vergunning is verleend aan [vergunninghouder]. Ter zitting is gebleken dat deze vennootschap sinds 1999 niet meer in een moeder-dochter verband of in een vergelijkbare relatie staat tot [appellante].

Het verdraagt zich niet met het stelsel van de Wet milieubeheer dat vergunning wordt verleend aan een (rechts)persoon die deze niet heeft aangevraagd. Het bestreden besluit is derhalve, voorzover het de tenaamstelling van de vergunning betreft, in strijd met het stelsel van de Wet milieubeheer.

2.3. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd, voorzover het de tenaamstelling van de vergunning betreft. De Afdeling ziet voorts aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht op de in het dictum genoemde wijze zelf in de zaak te voorzien en te bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit, voorzover het de tenaamstelling van de vergunning betreft.

Overigens wijst de Afdeling erop dat ingevolge artikel 8:20, eerste lid, van de Wet milieubeheer een voor een inrichting verleende vergunning geldt voor ieder die de inrichting drijft.

2.4. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Axel van 23 april 2002, voorzover het de tenaamstelling van de vergunning betreft;

III. bepaalt dat de vergunning op naam wordt gesteld van [appellante];

IV. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit voorzover dit is vernietigd;

V. gelast dat de gemeente Axel aan appellante het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht (€ 218,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Kuipers, ambtenaar van Staat.

w.g. Konijnenbelt w.g. Kuipers

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2003

271-415.