Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AF4733

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-02-2003
Datum publicatie
19-02-2003
Zaaknummer
200105368/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200105368/1.

Datum uitspraak: 19 februari 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

appellante,, gevestigd te [plaats],

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Alkmaar van 27 september 2001 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van Schermer.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 april 1999 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schermer (hierna: het college) aan [vergunninghouder] vergunning verleend voor de bouw van een bedrijfsverzamelgebouw op het bedrijventerrein "De Schermer" te [locatie], kadastraal bekend gemeente […], sectie […], nummer[…] (hierna: het bedrijfsverzamelgebouw).

Bij besluit van 25 januari 2000 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 27 september 2001, verzonden op 1 oktober 2001, heeft de arrondissementsrechtbank te Alkmaar (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en appellante onder toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaren. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 29 oktober 2001, bij de Raad van State ingekomen op 31 oktober 2001, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 27 november 2001. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 14 maart 2002 heeft het college van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 oktober 2002, waar appellante, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. O.H. Minjon, advocaat te Alkmaar, en [gemachtigde], zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Appellante betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat zij door de beslissing op bezwaar in haar - bedrijfseconomische - belang is getroffen, nu met dit besluit aan [vergunninghouder] en niet aan haar vergunning is verleend voor de bouw van het bedrijfsverzamelgebouw.

Dit betoog faalt. Dat de bestreden beslissing op bezwaar [vergunninghouder] toestaat het bedrijfsverzamelgebouw te bouwen heeft niet tot gevolg dat appellante daarvoor geen bouwvergunning kan worden verleend. Appellante wordt derhalve niet door de verlening van de bouwvergunning aan [vergunninghouder] geraakt in het door haar gestelde belang. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat appellante bij de beslissing op bezwaar niet als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht moet worden aangemerkt.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, Voorzitter, en mr. H.G. Lubberdink en mr. D.A.C. Slump, Leden, in tegenwoordigheid van mr. I. Sluiter, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Sluiter

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2003

292.