Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AF4714

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-02-2003
Datum publicatie
19-02-2003
Zaaknummer
200204892/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200204892/1.

Datum uitspraak: 19 februari 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 24 juli 2002 in het geding tussen:

appellante

en

de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (thans de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer).

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 april 2000 heeft de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de Staatssecretaris) de eerder aan appellante voor de periode 1 juli 1996 tot 1 juli 1997 toegekende huursubsidie ingetrokken.

Bij besluit van 7 november 2001 heeft de Staatssecretaris het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 24 juli 2002, verzonden op 25 juli 2002, heeft de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 3 september 2002, bij de Raad van State ingekomen op 6 september 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 30 oktober 2002 heeft de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de Minister) een memorie van antwoord ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 januari 2003, waar appellante in persoon, bijgestaan door [gemachtigde], en de Staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. M. Piras, medewerkster van het ministerie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Met juistheid heeft de rechtbank overwogen dat de Staatssecretaris bij de beoordeling van de huursubsidieaanvraag mocht uitgaan van het belastbaar inkomen van appellante over 1996 - zoals dit blijkt uit de opgave van de Belastingdienst - en dat hij de bijdrage nader heeft mogen vaststellen op nihil. De stelling van appellante dat haar inkomen over 1996 in werkelijkheid lager is dan het door de Belastingdienst aan de Staatssecretaris opgegeven bedrag kan, wat hier ook van zij, niet tot een ander oordeel leiden. Indien de Belastingdienst het vastgestelde belastbaar inkomen wijzigt op basis van door appellante aangedragen argumenten en bewijsstukken, kan appellante de Minister alsnog verzoeken tot herziening van de huursubsidie over te gaan op basis van het gewijzigde belastbaar inkomen.

Hetgeen appellante heeft gesteld omtrent het niet horen in de bezwaarfase komt neer op een herhaling van wat in beroep bij de rechtbank reeds is aangevoerd. Hetgeen de rechtbank hierover heeft overwogen is niet onjuist te achten.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.W. Schortinghuis, ambtenaar van Staat.

w.g. Bijloos w.g. Schortinghuis

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2003

66-420.