Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AF4390

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-02-2003
Datum publicatie
12-02-2003
Zaaknummer
200204074/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200204074/1.

Datum uitspraak: 12 februari 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. het college van burgemeester en wethouders van Lingewaal

2. [appellant sub 2] en [appellante sub 2], gevestigd te [plaats]

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 februari 2002 heeft de gemeenteraad van Lingewaal, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van

6 november 2001, vastgesteld het bestemmingsplan "Waalwijk Herwijnen, herziening Achterweg 56 - 2001".

Verweerder heeft bij zijn besluit van 18 juni 2002, nr. RE2002.32913, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.

Tegen dit besluit hebben appellant sub 1 bij brief van 10 juli 2002, bij de Raad van State ingekomen op 29 juli 2002, en appellanten sub 2 bij brief van 26 juli 2002, bij de Raad van State ingekomen op 29 juli 2002, beroep ingesteld.

Bij brief van 15 november 2002 heeft verweerder medegedeeld dat de beroepschriften hem geen aanleiding geven tot het maken van opmerkingen.

Bij fax van 13 januari 2003 heeft verweerder medegedeeld dat zijn besluit van 18 juni 2002 onzorgvuldig tot stand is gekomen en niet op een deugdelijke motivering berust.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op 14 januari 2003, waar niemand is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan beoogt de bouw van een open loods achter op het perceel [locatie] mogelijk te maken ten behoeve van de opslag van bedrijfswerktuigen, die thans onoverdekt staan.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder aan het plan goedkeuring onthouden.

2.2. Aan de orde is een geschil inzake een besluit omtrent de goedkeuring van een bestemmingsplan. Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht rust op verweerder de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen - te bezien of het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij dient hij rekening te houden met de aan de gemeenteraad toekomende vrijheid om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Daarnaast heeft verweerder er op toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

De Afdeling kan slechts tot vernietiging van het besluit omtrent goedkeuring van het plan overgaan, indien moet worden geoordeeld dat verweerder de aan hem toekomende beoordelingsmarges heeft overschreden, dan wel dat hij het recht anderszins onjuist heeft toegepast.

2.3. De Afdeling stelt vast dat blijkens de fax van verweerder van 13 januari 2003, verweerder uitdrukkelijk erkent dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en niet berust op een deugdelijke motivering.

2.4. Gelet op het voorgaande moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit is genomen in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht.

De beroepen zijn reeds hierom gegrond. Het bestreden besluit dient derhalve wegens strijd met genoemde wettelijke bepalingen te worden vernietigd.

2.5. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart de beroepen gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Gelderland van 18 juni 2002, nr. RE2002.32913;

III. gelast dat de provincie Gelderland aan appellanten ieder afzonderlijk, het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht (€ 218,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. R. Cleton, Voorzitter, en mr. A. Kosto en dr. J.J.C. Voorhoeve, Leden, in tegenwoordigheid van mr. P.J.A.M. Broekman, ambtenaar van Staat.

w.g. Cleton w.g. Broekman

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2003

12-427.