Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2003:AF3167

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-01-2003
Datum publicatie
22-01-2003
Zaaknummer
200204618/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200204618/1.

Datum uitspraak: 22 januari 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank te Amsterdam van 23 juli 2002 in het geding tussen:

appellante

en

de Staatssecretaris (thans de Minister) van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

1. Procesverloop

Bij besluit van 11 april 2000 heeft de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de staatssecretaris) de aan appellante toegekende huursubsidie over het tijdvak 1 juli 1996 tot 1 juli 1997 nader vastgesteld op ƒ 1.440,00 en van haar een bedrag van ƒ 2.220,00 teruggevorderd.

Bij besluit van 6 november 2001 heeft de staatssecretaris het daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 23 juli 2002, verzonden op diezelfde dag, heeft de rechtbank te Amsterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 16 augustus 2002, bij de Raad van State ingekomen op 29 augustus 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 26 september 2002 heeft de staatssecretaris een memorie van antwoord ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 januari 2003, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. A.M.M. Stevens, advocaat te Den Haag, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Vast staat dat appellante tegen het besluit van de staatssecretaris van 11 april 2000 eerst bij brief van 26 juli 2000, door de staatssecretaris ontvangen op 31 juli 2000, bezwaar heeft gemaakt.

2.2. De rechtbank heeft geoordeeld dat ten aanzien van dit bezwaarschrift geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht en dat de staatssecretaris terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft geacht.

2.3. De stelling van appellante dat aan haar door een medewerker van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer is medegedeeld dat appellante tot eind juli 2000 kon wachten met het indienen van een bezwaarschrift is in hoger beroep door haar niet met enig bewijs gestaafd. Ook overigens is door appellante niets aangevoerd dat zou kunnen leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Sparreboom

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2003

195-209.