Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AF2513

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-12-2002
Datum publicatie
24-12-2002
Zaaknummer
200203151/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200203151/1.

Datum uitspraak: 24 december 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank te Utrecht van 1 mei 2002 in het geding tussen:

appellanten

en

gedeputeerde staten van Utrecht.

1. Procesverloop

Bij besluit van 30 januari 2001 hebben gedeputeerde staten van Utrecht (hierna: gedeputeerde staten) op basis van de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000 het Natuurgebiedsplan Kromme Rijngebied vastgesteld.

Bij uitspraak van 1 mei 2002, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te Utrecht (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellanten ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 juni 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 1 augustus 2002 hebben gedeputeerde staten een memorie van antwoord ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 december 2002, waar appellanten in persoon en gedeputeerde staten, vertegenwoordigd door mr. J.G. Jorritsma en drs. L.M. Kuyf, gemachtigden, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het betoog van appellanten in hoger beroep komt neer op een herhaling van hetgeen zij in beroep bij de rechtbank hebben aangevoerd. De rechtbank is ter zake op goede gronden tot een juist oordeel gekomen. De Afdeling komt, met overneming van hetgeen de rechtbank dienaangaande heeft overwogen, niet tot een ander oordeel dan dat de begrenzing van het natuurgebied in het natuurgebiedsplan geen directe consequenties heeft voor de bestemming van het perceel van appellanten, zodat zij het huidige gebruik daarvan kunnen voortzetten. Daarbij ware nog in aanmerking te nemen dat het aangewezen bosgebied “Nieuw Wulven” reeds eerder is aangewezen als onderdeel van de Randstadgroenstructuur en niet behoort tot de in het natuurgebiedsplan begrensde natuurgebieden.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.W. Schortinghuis, ambtenaar van Staat.

w.g. Claessens w.g. Schortinghuis

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 december 2002

66-424.