Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AF2095

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-12-2002
Datum publicatie
18-12-2002
Zaaknummer
200202523/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200202523/1.

Datum uitspraak: 18 december 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats]

tegen de uitspraak van de rechtbank te Haarlem van 2 april 2002 in het geding tussen:

appellant

en

de Minister van Verkeer en Waterstaat.

1. Procesverloop

Bij besluit van 1 mei 2001 heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat (hierna: de minister) het verzoek van appellant om een bewijs van bevoegdheid “Airline Transport Pilot License” (hierna: ATPL) afgewezen.

Bij besluit van 14 juni 2001 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 2 april 2002, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te Haarlem (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 mei 2002, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 21 mei 2002. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 1 juli 2002 heeft de minister van antwoord gediend.

Op 3 september 2002 zijn nadere stukken ontvangen van appellant. Deze zijn in afschrift aan de andere partij gezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 september 2002, waar appellant in persoon, en de minister, vertegenwoordigd door mr. I.M. Kops en R.J. van Westering, medewerkers bij de Divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, zijn verschenen.

Desgevraagd heeft de minister bij brief van 26 september 2002 een nadere memorie ingediend, die in afschrift aan de andere partij is gezonden. Appellant heeft bij brief van 3 oktober 2002, daarop gereageerd.

2. Overwegingen

2.1. De aanvraag is blijkens de beslissing op bezwaar afgewezen omdat appellant niet aan alle vereisten voldoet voor de afgifte van het gevraagde bewijs van bevoegdheid. Zo is het door appellant op 3 april 1999 afgelegde praktijkexamen niet, zoals vereist ingevolge artikel 13 van het Examenreglement voor beroepsvliegbewijzen, onder toezicht van een lid van de examencommissie uitgevoerd, zodat de positieve uitslag van dit examen niet kan worden geaccepteerd, aldus de minister.

2.2. In hoger beroep herhaalt appellant zijn betoog dat voor het door hem gewenste bewijs van bevoegdheid niet een ander dan het reeds door hem afgelegde praktijkexamen hoeft te worden afgelegd en in de regelgeving voor de andersluidende opvatting van de minister geen steun is te vinden. De rechtbank heeft evenwel terecht en op goede gronden overwogen dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het door appellant afgelegde examen niet voldoet aan de eisen die bij of krachtens de Luchtvaartwet zijn gesteld.

2.3. Appellant betoogt dat de door hem genoemde piloten een bewijs van bevoegdheid ATPL hebben gekregen zonder daarvoor een praktijkexamen af te hoeven leggen, terwijl de minister voor appellant wel het afleggen van een praktijkexamen vereist voor afgifte van een ATPL. Dit beroep op het gelijkheidsbeginsel kan niet slagen. Mede gelet op de naar aanleiding van de zitting door de minister gegeven toelichting, en de reactie van appellant daarop, is niet aannemelijk geworden dat de minister in aan appellant gelijke gevallen wel zonder praktijkexamen een ATPL pleegt te verstrekken.

2.4. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep ongegrond is. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. E. Korthals Altes, Voorzitter, en mr. T.M.A. Claessens en mr. J.G. Treffers, Leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van Staat.

w.g. Korthals Altes w.g. Zwemstra

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2002

91/306-426.