Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2002:AF2077

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-12-2002
Datum publicatie
18-12-2002
Zaaknummer
200202833/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200202833/1.

Datum uitspraak: 18 december 2002

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de vennootschap onder firma “Omni Mobilae” gevestigd te Raalte, waarvan de vennoten zijn [vennoot sub 1] en [vennoot sub 2],

tegen de uitspraak van de rechtbank te Zwolle van 19 april 2002 in het geding tussen:

appellante

en

burgemeester en wethouders van Raalte.

1. Procesverloop

Bij besluit van 30 oktober 2000 hebben burgemeester en wethouders van Raalte (hierna: burgemeester en wethouders) aan appellante geweigerd vrijstelling te verlenen als bedoeld in artikel 17 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: van de WRO) voor het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten op de locaties Raarhoekseweg 63a en Krieghuusbelten, ongenummerd, te Raalte.

Bij besluit van 28 februari 2001 hebben burgemeester en wethouders het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit en het advies van de commissie bezwaarschriften van 29 januari 2001, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.

Bij uitspraak van 19 april 2002, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te Zwolle (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 27 mei 2002, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 27 juni 2002. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 1 augustus 2002 hebben burgemeester en wethouders een memorie van antwoord ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 november 2002, waar burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door P.B.M. Droste, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Hetgeen appellante in hoger beroep aanvoert ten betoge dat zij ten onrechte is ontvangen in het tegen de afwijzing van de door haar gevraagde vrijstelling ingediende bezwaar geeft de Afdeling geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank daarover heeft gegeven.

2.2. Appellante verwijst verder naar haar betoog in bezwaar en in beroep bij de rechtbank hierop neerkomend dat burgemeester en wethouders zich ten onrechte op het standpunt hebben gesteld dat geen sprake is van objectieve feiten en omstandigheden die aantonen dat de activiteiten niet langer dan vijf jaar zullen bestaan. Appellante heeft echter geen argumenten aangevoerd die tot het oordeel moeten leiden dat de rechtbank daarover onjuist heeft geoordeeld.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink w.g. Lodder

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2002

17-387.